Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Gehandicaptenvoertuigen moeten bij voortduring aan de in artikel 1.1 met betrekking tot gehandicaptenvoertuigen vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h, voldoen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 29a, van toepassing. | In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. |
2. | Gehandicaptenvoertuigen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de maximumconstructiesnelheid, bedoeld in het eerste lid, te bemoeilijken of te beïnvloeden. | Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 3
Artikel 5.10.9
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Alle onderdelen van brandstofsystemen dan wel van de elektrische aandrijving van gehandicaptenvoertuigen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen. |
2. | Brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen. | Visuele controle. Een installatie voor een al dan niet tot vloeistof verdicht gas wordt gecontroleerd met behulp van apparatuur dat lekkage vaststelt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld. |
3. | De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop. | Leden 3 tot en met 6: visuele controle. |
4. | Gehandicaptenvoertuigen met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een: a. voorziening voor het regelen van de snelheid van het voertuig, en b. vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare brandstofniveaumeter, tenzij het voertuig is voorzien van een brandstoftank met reservestand. | |
5. | Gehandicaptenvoertuigen met een elektromotor moeten zijn voorzien van een: a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor, en b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig. | |
6. | Gehandicaptenvoertuigen met een elektromotor moeten zijn voorzien van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare: a. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen, en b. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie. |
Artikel 5.10.11
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Gehandicaptenvoertuigen met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van de afwateringsgaatjes. | Leden 1 tot en met 3: visuele controle. |
2. | Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd. | |
3. | Het uitlaatsysteem moet behoorlijk geluiddempend zijn. |
Artikel 5.10.12
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De accu dan wel de tractiebatterij van gehandicaptenvoertuigen moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 tot en met 3: visuele controle. |
2. | De elektrische bedrading van gehandicaptenvoertuigen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd. | |
3. | Gehandicaptenvoertuigen met elektrische aandrijving moeten zijn voorzien van een beveiliging tegen overbelasting. Na een onderbreking van de stroomvoorziening moet de bestuurder deze door middel van een schakelaar, welke zich binnen het bereik van de bestuurder bevindt, kunnen herstellen. |
Artikel 5.10.12a
Eisen | Wijze van Keuren | |
De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van elektrisch aangedreven of hybride elektrische gehandicaptenvoertuigen: a. moeten deugdelijk zijn; b. moeten deugdelijk zijn bevestigd; c. mogen niet zijn beschadigd; d. mogen geen lekkage vertonen; e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset, en f. moeten goed zijn geïsoleerd. | Visuele controle. |
Artikel 5.10.13
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Motorsteunen van gehandicaptenvoertuigen moeten deugdelijk aan het chassis dan wel aan de carrosserie alsmede aan de motor zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulkanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt. |