De in artikel 8.1.3 vermelde meetmiddelen voldoen, tenzij in afdeling 1 of 4 anders is bepaald, aan de in deze afdeling gestelde eisen.
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 1
Artikel 8.3.2
-
Het meetmiddel is van een zodanige opbouw en werking, dat de toetsing aan dit hoofdstuk redelijkerwijs mogelijk is.
-
Het meetmiddel is zodanig ingericht, dat er geen misverstanden kunnen ontstaan met betrekking tot de aangewezen of geregistreerde meetwaarde.
-
Het meetmiddel is niet voorzien van een voor de gebruiker toegankelijke justeerinrichting of andere instelinrichting die de meetnauwkeurigheid kan beïnvloeden, tenzij het gebruik van deze inrichtingen in de specifieke eisen is toegestaan.
-
Het meetmiddel heeft zodanige eigenschappen, dat geen onredelijke eisen gesteld worden aan de vaardigheid en inspanning van de gebruiker.
Artikel 8.3.3
-
Bij het onderzoek naar de gevoeligheid voor invloedsfactoren wordt niet meer dan één onafhankelijke invloedsfactor gelijktijdig in beschouwing genomen.
-
In afwijking van het eerste lid, geldt voor elektronische meetmiddelen die niet door het lichtnet worden gevoed dat gelijktijdig aan de eisen in artikel 8.3.4, vierde lid, en de spanningsvariatie-eis in 8.3.9, onder a, moet worden voldaan.
Artikel 8.3.4
-
Indien in de specifieke eisen van afdeling 4 een controle-inrichting is voorgeschreven, stemt de werking en het resultaat van deze inrichting overeen met de door de fabrikant vastgelegde specificaties. Een onderbouwing van de waarde van het controleresultaat gerelateerd aan de maximale fout van het meetmiddel, wordt bij de aanbieding voor de typekeuring door de aanbieder overgelegd.
-
De maximale fouten, genoemd in afdeling 4, gelden onder de vastgelegde gebruiksomstandigheden en bij gebruik van de meetmiddelen overeenkomstig de handleiding behorende bij het meetmiddel.
-
Indien het meetmiddel wordt blootgesteld aan een verstoring, bedraagt een daarvan het gevolg zijnde verandering van de fout in de aanwijzing of registratie niet meer dan de waarde van de maximale fout, genoemd in afdeling 4. Aan deze eis behoeft niet te worden voldaan, indien de verstoring tot gevolg heeft dat:
het meetresultaat niet kan worden vastgesteld, of
het meetresultaat een zodanige fout vertoont dat de gebruiker onontkoombaar de ongeldigheid van de meting zal opmerken.
-
De vastgelegde gebruiksomstandigheden voor de omgevingstemperatuur omvatten het temperatuurgebied van –10 °C tot 40 °C. Het vermelde temperatuurgebied mag beperkt zijn tot het gebied van ten minste 5 °C tot 40 °C.
-
Bij het onderzoek voor de typekeuring overlegt de aanbieder een schriftelijke verklaring waarin wordt bevestigd dat het meetmiddel voldoet aan de gestelde eisen. Tevens doet hij daarbij een opgave van de periode waarover het meetmiddel, bij normaal gebruik en bij correcte uitvoering van eventuele door de gebruiker te verrichten justeringen, wordt verwacht te voldoen aan de eisen met betrekking tot de maximale fout.
Artikel 8.3.5
-
Elk meetmiddel is voorzien van de volgende duidelijk leesbare en onuitwisbare opschriften:
het fabricaat;
het bouwjaar;
de type-aanduiding;
het typegoedkeuringsnummer;
het serienummer;
de eenheid waarin de gemeten grootheid wordt uitgedrukt;
het aanwijsbereik;
eventuele gebruiksbeperkende omstandigheden, en
het temperatuurgebied waarbinnen aan de eisen van het meetmiddel wordt voldaan, tenzij anders is aangegeven in afdeling 4.
Indien een meetmiddel is opgebouwd uit een aanwijseenheid met een separaat aan te sluiten meeteenheid, zijn de aanduidingen, genoemd onder a tot en met e, tevens vermeld op de separate meeteenheid. De aanduidingen, genoemd onder f tot en met h, zijn aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van de aanwijzing en worden herhaald bij elke aanwijsinrichting.
-
Voor zover de meetmiddelen zijn voorzien van een registratie-inrichting, worden op elke registratie ten minste de aanduidingen, genoemd in het eerste lid, onder e en f, vastgelegd.
-
Aanwijzingen en registraties bedoeld voor de gebruiker van het meetmiddel, zijn in de Nederlandse taal gesteld.
-
Andere aanduidingen dan die bedoeld in het eerste en tweede lid, mogen slechts worden aangebracht voor zover deze niet leiden tot misleiding of misvatting.
Artikel 8.3.6
-
Meetmiddelen zijn voorzien van een handleiding gesteld in de Nederlandse taal.
-
Ter beoordeling van de meetresultaten bevat de handleiding ten minste:
een korte en overzichtelijke procedure voor het gebruik van het meetmiddel bij de uitvoering van de algemene periodieke keuring van een voertuig, waaronder in elk geval wordt verstaan een stroomschema;
de uit te voeren controles voorafgaande aan of tijdens de metingen;
de betekenis van een controleresultaat;
een beschrijving van eventueel door het instrument gegeven meldingen; en
de informatie benodigd voor een juiste interpretatie van het meetresultaat.