Eisen

Wijze van keuren

1.

De gestuurde wielen moeten goed kunnen reageren op het commando van de stuurinrichting van het trekkende voertuig.

Leden 1 tot en met 5: visuele controle, waarbij het voertuig zich boven een inspectieput of hefinrichting bevindt.

2.

De voor de overbrenging van de stuurbeweging bestemde onderdelen:

a. moeten deugdelijk zijn bevestigd met alle daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;

b. mogen geen breuken of scheuren vertonen;

c. mogen niet zijn vervormd; en

d. mogen niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing.

3.

Stofhoezen van het stuurhuis en de stuurkogels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten.

4.

De onderdelen van het hydraulische besturingssysteem mogen geen lekkage vertonen.

5.

De slangen van het hydraulische besturingssysteem mogen:

a. geen beschadigingen vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is, en

b. geen bewegende delen raken.

6.

De verbindingen in het stangenstelsel mogen niet te veel speling vertonen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 52, van toepassing.

Visuele controle, waarbij het voertuig zich boven een inspectieput of hefinrichting bevindt. Voor het zichtbaar maken van:

a. radiale speling, wordt de stuurkogel of -verbinding op doelmatige wijze belast;

b. axiale speling, wordt op de stuurkogel of -verbinding trek- en drukkracht uitgeoefend.

7.

Indien een gedeelte van de binnenkant van het stuurkogelhuis en van de stuurkogel zichtbaar is doordat de hoes is beschadigd of ontbreekt, mag dit gedeelte geen corrosie vertonen.

Indien de hoes is beschadigd of ontbreekt, vindt visuele controle plaats, waarbij het voertuig zich boven een inspectieput of hefinrichting bevindt.