Eisen

Wijze van Keuren

1.

De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de voorzijde bedraagt ten minste 240 mm.

Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt de afstand tussen de richtingaanwijzers gemeten.

2.

De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de achterzijde bedraagt ten minste 180 mm.