Een bijzondere bromfiets moet voldoen aan de in deze afdeling opgenomen eisen en wordt beoordeeld volgens de bijbehorende wijze van keuren, waarbij in voorkomend geval bijlage VIII van toepassing is.
Regeling voertuigen Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 05-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Afdeling 1a Aanvulling grondslagen
Afdeling 2 Besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie
Afdeling 3 Aanwijzing van een technische dienst
§ 1 Eisen voor de aanwijzing
Hoofdstuk 2 Voertuigidentificatienummer en datum eerste toelating
Hoofdstuk 3 Nadere regels in verband met de goedkeuringen bedoeld in hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994
Afdeling 1 Nationale goedkeuringen voertuigen categorieën M, N en O
Afdeling 2 Nationale goedkeuringen personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en aanhangwagens ingericht voor het vervoer van personen met een maximumconstructiesnelheid van ten hoogste 25 km/h
Afdeling 3 Nationale goedkeuringen voertuigen categorieën L
Afdeling 4 Nationale typegoedkeuringen bijzondere bromfietsen
Afdeling 5 Nationale goedkeuringen voertuigen categorieën T, C, R en S
Afdeling 6 Nationale goedkeuringen mobiele machines
Afdeling 7 Voorlopige nationale individuele goedkeuringen bij nieuwe technologieën of nieuwe concepten
Afdeling 8 Nationale goedkeuringen voor systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken, en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers
Afdeling 9 Taken en bevoegdheden in verband met goedkeuringen door de Dienst Wegverkeer
Afdeling 10 Uitzonderingen als bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van de wet, op de goedkeuringsverplichting, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet
Afdeling 11 Op de markt aanbieden, registreren of in gebruik nemen van voertuigen uit restantvoorraad
Afdeling 12 Uit de handel nemen of terugroepen
Hoofdstuk 4 Aanwijzing artikelen uit EU-verordeningen en -richtlijnen als bedoeld in artikel 29 en 31 van de wet waarvoor inbreuken tot sancties aanleiding geven
Hoofdstuk 5 Permanente eisen
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 1a Vaststelling kenmerken voertuigen
Afdeling 1b Algemene bepalingen wijze van keuren
Afdeling 2 Personenauto’s
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 5 Assen
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen personenauto en aanhangwagen
§ 12 Diversen
§ 13 Aanvullende eisen taxi’s
Afdeling 3 Bedrijfsauto’s
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 5 Assen
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen bedrijfsauto en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 3a Bussen
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 5 Assen
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen bus en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 4 Motorfietsen
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen motorfiets en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 5 Driewielige motorrijtuigen
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen driewielig motorrijtuig en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 6 Bromfietsen
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen bromfiets en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 6a Bijzondere bromfietsen
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen bijzondere bromfiets en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 7 Motorrijtuigen met beperkte snelheid
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen motorrijtuig met beperkte snelheid en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 7a Mobiele machines
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 5 Assen
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen mobiele machine en aanhangwagen
Afdeling 8 Landbouw- of bosbouwtrekkers
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
§ 4 Krachtoverbrenging
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen landbouw- of bosbouwtrekker en aanhangwagen
§ 12 Diversen
Afdeling 9 Fietsen
Afdeling 10 Gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, alsmede gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie
Afdeling 11 Gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie
Afdeling 12 Aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg
Afdeling 13 Aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg
Afdeling 14 Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken
§ 0 Algemeen
§ 1 Algemene bouwwijze van het voertuig
§ 2 Afmetingen en massa’s
§ 3 Brandstofsystemen en milieu
§ 6 Ophanging
§ 7 Stuurinrichting
§ 8 Reminrichting
§ 9 Carrosserie
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 11 Verbinding tussen trekkend motorvoertuig en aanhangwagen
Afdeling 15 Motorfietsaanhangwagens en bromfietsaanhangwagens
Afdeling 16 Fietsaanhangwagens
Afdeling 17 Wagens
Afdeling 18 Gebruikseisen
§ 0 Algemeen
§ 1 Afmetingen, massa’s en lasten
A Personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen, driewielige motorrijtuigen, dolly’s of aanhangwagens van de voertuigcategorie O en samenstellen hiervan
B Motorfietsen en motorfietsaanhangwagens
C Landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, alsmede daardoor voortbewogen landbouw- of bosbouwaanhangwagens, verwisselbare getrokken uitrustingsstukken en aanhangwagens van de voertuigcategorie O
D Bromfietsen, bijzondere bromfietsen en bromfietsaanhangwagens
E Fietsen en fietsaanhangwagens
F Gehandicaptenvoertuigen en wagens
G Middenasaanhangwagens en aanhangwagens met een stijve dissel van de voertuigcategorie O
§ 2 Ophanging personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen, driewielige motorrijtuigen, landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines
§ 2a Sneeuwkettingen
§ 3 Reminrichting
§ 4 Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
§ 5 Verbinding tussen voertuigen
A Alle categorieën samenstellen van voertuigen
B Samenstellen van personenauto, bedrijfsauto, bus, driewielig motorrijtuig, landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine en aanhangwagen
C Samenstellen van motorfiets of bromfiets en motorfietsaanhangwagen en bromfietsaanhangwagen
D Samenstellen van fiets en fietsaanhangwagen
Hoofdstuk 6 Wijziging in de goedkeuring van voertuigen
Hoofdstuk 7 Schadevoertuigen
Hoofdstuk 8 Meetmiddelen
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Aanwijzing en erkenning instellingen
Afdeling 3 Algemene eisen gesteld aan meetmiddelen
Afdeling 4 Specifieke eisen gesteld aan meetmiddelen
§ 1 Roetmeters
§ 1.1 Algemeen
§ 1.2 Technische eisen
§ 6 Remvertragingsmeters
§ 7 Rollenremtestbanken
§ 7.1 Algemeen
§ 7.2 Technische eisen
§ 7.2.1 Controle-inrichting
§ 7.2.2 De maximale fout
§ 7.2.3 Uitvoering
§ 7.2.4 Gepresenteerde meetwaarden
§ 7.2.5 Aanwijsinrichting
§ 7.2.6 Niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde
§ 7.2.7 Eisen aan de extrapolatie-inrichting
§ 7.2.8 Registratie-inrichting
§ 7.2.9 Overgangsmaatregelen
§ 8 Platenremtestbanken
§ 9 Deeltjestellers
§ 10 Bromfietsrollentestbank
§ 12 Koplamptestapparaten
Hoofdstuk 9 Ontheffingen
Hoofdstuk 10 Strafbepalingen
Hoofdstuk 11 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I behorende bij artikel 2.1, derde lid
Bijlage II behorende bij artikel 2.2, tweede lid
Bijlage III behorende bij artikel 3.4.1, zesde lid
Bijlage IIIa , behorende bij artikel 3.2, derde lid
Bijlage IIIb , behorende bij artikel 3.3, tweede lid
Bijlage IIIc , behorende bij artikel 3.4, tweede lid
Bijlage IIId , behorende bij artikel 3.11
Bijlage IV behorende bij de artikelen 3.2, vierde lid, 3.3, 3.4, 3.7, eerste lid, 6.1, derde lid, 6.3, eerste lid, 6.4, eerste, tweede en vierde lid, 6.5, 6.7, 6.8 en 6.10, eerste lid
Bijlage Va behorende bij artikel 3.9, tweede lid
Bijlage Vb behorende bij artikel 3.8.1
Bijlage VI behorende bij de artikelen 3.1.5 en 6.4, derde lid
Bijlage VII behorende bij de artikelen 3.26, derde lid, en 3.27, eerste lid
Bijlage VIII behorende bij hoofdstuk 5
Nadere invulling van de permanente eisen en gebruikseisen
Hoofdstuk 1 Voertuigeisen
Titel 3 Motor en brandstofsystemen
Afdeling 3 Emissie
§ 4 Deeltjes
Bijlage IX behorende bij artikel 6.3, tweede, vijfde en zesde lid
Bijlage X behorende bij artikel 6.3, lid 3a, en vierde lid
Bijlage XI behorende bij artikel 6.6
Bijlage XII , behorend bij artikel 3.23a, vierde lid
Afdeling 6a
Artikel 5.6a.1
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De bijzondere bromfiets moet in overeenstemming zijn met de op de voor het voertuig afgegeven kentekencard, dan wel het kentekenbewijs en in het kentekenregister vermelde gegevens omtrent het voertuig. | Leden 1 tot en met 5: visuele controle. |
2. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een voertuigidentificatienummer dat in het frame, in het chassis of in een vergelijkbare constructie is ingeslagen en goed leesbaar is. | |
3. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een constructieplaat waarop de volgende gegevens zijn vermeld: a. de naam of handelsnaam van de fabrikant; b. de voertuigcategorie; c. het nationale typegoedkeuringsnummer of het unieke nummer van de aanwijzing; d. het voertuigidentificatienummer; e. het geluidsniveau tijdens stilstand onder de volgende vorm: ‘… dB(A) – … min-1’ (in het geval van voertuigen die niet worden onderworpen aan de test van het geluidsniveau tijdens stilstand, wordt het volgende vermeld: ‘- – - dB(A) – – - – min-1’); f. het motorvermogen onder de volgende vorm: ‘… kW’; g. de door de constructie bepaalde maximumsnelheid onder de volgende vorm: ‘… km/u’; en h. de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand onder de volgende vorm: ‘max … kg’. | |
4. | In afwijking van het tweede lid behoeven bijzondere bromfietsen die geproduceerd zijn op basis van een aanwijzing die afgegeven is voor 2 mei 2019 niet te zijn voorzien van een constructieplaat. | |
5. | De kentekenplaat is voorzien van het in artikel 5 van het Kentekenreglement voorgeschreven goedgekeurde soort merk en moet deugdelijk aan de achterzijde van het voertuig zijn bevestigd. | |
6. | Het kenteken is goed leesbaar en de kentekenplaat is niet afgeschermd. | Visuele controle, waarbij de letters en cijfers volledig zichtbaar zijn indien de waarnemer staat op een afstand van 20,00 m achter het midden van de bijzondere bromfiets. |
7. | Het vijfde lid is niet van toepassing op aangewezen bijzondere bromfietsen, als bedoeld in artikel 20b van de wet, waarvoor het kenteken op een andere plaats dan de achterzijde is geplaatst als gevolg van artikel 7, elfde lid, van de Regeling kentekens en kentekenplaten. |
Artikel 5.6a.3
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De langs- en dwarsliggers en chassisversterkingsdelen van het chassisraam, dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen van de mee- of zelfdragende carrosserie van bijzondere bromfietsen mogen: a. geen breuken of scheuren vertonen; en b. niet zodanig zijn bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast, dat de stijfheid en de sterkte van het chassisraam of van de mee- of zelfdragende carrosserie in gevaar worden gebracht dan wel dat het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed. Indien sprake is van corrosie is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing. | - Onderdeel a: visuele controle. - Onderdeel b: visuele controle. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. |
2. | Indien een bijzondere bromfiets is opgebouwd uit een frame met een voor- of achtervork, mag dat frame met die voor- of achtervork: a. geen breuken of scheuren vertonen; b. niet zijn doorgeroest; en c. niet zodanig zijn vervormd dat de stijfheid en de sterkte ervan in gevaar worden gebracht. | Leden 2 en 3: visuele controle. |
3. | De onderdelen die deel uitmaken van het frame of van de zelfdragende constructie moeten deugdelijk zijn bevestigd. |
Artikel 5.6a.6
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen: a. op drie of meer wielen voor individueel vervoer mogen: 1°. niet langer zijn dan 3,00 m; 2°. niet breder zijn dan 1,10 m; 3°. niet hoger zijn dan 2,00 m; b. op minder dan drie wielen voor individueel vervoer mogen: 1°. niet langer zijn dan 3,00 m; 2°. niet breder zijn dan 0,75 m; 3°. niet hoger zijn dan 2,00 m; c. voor personenvervoer of goederenvervoer mogen: 1°. niet langer zijn dan 3,00 m; 2°. niet breder zijn dan 1,15 m; 3°. niet hoger zijn dan 2,00 m. | Leden 1 en 2: visuele controle. In geval van twijfel wordt de bijzondere bromfiets gemeten. |
2. | In afwijking van het eerste lid mogen bijzondere bromfietsen die geproduceerd zijn op basis van een aanwijzing die afgegeven is voor 2 mei 2019, niet breder zijn dan 1,10 m. |
Artikel 5.6a.7
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De maximale massa in rijklare toestand mag van bijzondere bromfietsen: a. voor individueel vervoer niet meer bedragen dan 125 kg; b. voor personenvervoer of goederenvervoer, indien de bijzondere bromfiets minder dan vier wielen heeft, niet meer bedragen dan 270 kg; en c. voor personenvervoer of goederenvervoer, indien de bijzondere bromfiets vier of meer wielen heeft, niet meer bedragen dan 425 kg. | Visuele controle. In geval van twijfel wordt de bijzondere bromfiets gewogen. |
2. | De bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een duidelijk zichtbare vermelding met hoeveel massa de bijzondere bromfiets kan worden beladen zonder dat de technisch toegestane maximummassa wordt overschreden. De technisch toegestane maximummassa is ten hoogste 200 kg voor bijzondere bromfietsen voor individueel vervoer en 565 kg voor bijzondere bromfietsen voor personenvervoer of goederenvervoer. | Visuele controle |
Artikel 5.6a.8
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen moeten bij voortduring voldoen aan de op de constructieplaat vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 4 km/h. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 28 tot en met 29a, van toepassing. | In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. |
2. | Bijzondere bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de maximumconstructiesnelheid, bedoeld in het eerste lid, te bemoeilijken of te beïnvloeden. | Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. Eventueel wordt de meting opnieuw uitgevoerd. |
Artikel 5.6a.12
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De accu van bijzondere bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 tot en met 3: visuele controle. |
2. | De elektrische bedrading van bijzondere bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd. | |
3. | De stroom kan in geval van gevaar op eenvoudige wijze onderbroken worden. | |
4. | Een defect in de energievoorziening leidt niet tot gevaarlijke situaties. |
Artikel 5.6a.12a
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Elektrisch aangedreven bijzondere bromfietsen mogen zijn voorzien van een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van: a. niet meer dan 1 kW als de bijzondere bromfietsen voor individueel vervoer bedoeld zijn; en b. niet meer dan 4 kW als de bijzondere bromfietsen voor personenvervoer of goederenvervoer bedoeld zijn. | Visuele controle, door aflezing van de waarde aangegeven op de constructieplaat. |
2. | De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van elektrisch aangedreven bijzondere bromfietsen: a. moeten deugdelijk zijn; b. moeten deugdelijk zijn bevestigd; c. mogen niet zijn beschadigd; d. mogen geen lekkage vertonen; e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset; f. moeten goed zijn geïsoleerd. | Visuele controle |
Artikel 5.6a.13
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De motor van bijzondere bromfietsen moet deugdelijk bevestigd zijn. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulkanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt. |
Artikel 5.6a.15
Eisen | Wijze van keuren |
De snelheid van bijzondere bromfietsen moet op eenvoudige en doeltreffende wijze regelbaar zijn. | Visuele controle. |
Artikel 5.6a.16
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De voor de transmissie noodzakelijke onderdelen van bijzondere bromfietsen moeten deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle. Een volledig doorgescheurde flexibele koppeling is toegestaan, mits de aandrijfas op zijn plaats blijft. |
2. | Stofhoezen van aandrijfassen moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten. | Leden 2 en 3: visuele controle. |
3. | De aandrijving van de bijzondere bromfiets met in langsrichting achter elkaar geplaatste wielen mag niet via het voorwiel of de voorwielen plaatsvinden. |
Artikel 5.6a.18
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De assen van bijzondere bromfietsen moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd en mogen geen breuken of scheuren vertonen. | Leden 1 tot en met 4: visuele controle. |
2. | De assen mogen niet zodanig zijn vervormd dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht. | |
3. | De assen mogen niet zodanig zijn bevestigd, beschadigd of vervormd dat het weggedrag nadelig wordt beïnvloed. | |
4. | De assen mogen niet zodanig door corrosie zijn aangetast, dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht. |
Artikel 5.6a.19
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De fuseepennen, -lageringen, -bussen en -kogels van bromfietsen moeten deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | Stofhoezen van fuseekogels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten. | |
3. | De fuseepennen, -lageringen, -bussen en -kogels alsmede de overige draaipunten van een volledig onafhankelijke wielophanging mogen niet te veel speling vertonen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 46, 47 en 48, van toepassing. | Visuele controle. De speling wordt op de juiste wijze zichtbaar gemaakt. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel. |
4. | Indien een gedeelte van de binnenkant van het fuseekogelhuis en van de fuseekogel zichtbaar is doordat de hoes is beschadigd of ontbreekt, mag dit gedeelte geen corrosie vertonen. | Indien de hoes is beschadigd of ontbreekt, vindt visuele controle plaats. |
Artikel 5.6a.20
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De wiellagers van bijzondere bromfietsen mogen niet te veel speling vertonen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 49, van toepassing. | Visuele controle. De speling wordt op de juiste wijze zichtbaar gemaakt. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel. |
2. | Verschijnselen van slijtage of beschadiging van wiellagers mogen niet hoorbaar of voelbaar zijn. | Visuele en auditieve controle waarbij het wiel, al dan niet met behulp van apparatuur, wordt rondgedraaid. Zo nodig wordt een rijproef uitgevoerd. |
Artikel 5.6a.24
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De wielen, alsmede de onderdelen daarvan, van bijzondere bromfietsen mogen geen breuken, scheuren, ernstige corrosie of ernstige vervorming vertonen. Onderdelen mogen niet loszitten of ontbreken. | Lid 1 en 2: visuele controle, terwijl het wiel vrij kan ronddraaien. |
2. | De wielen onderscheidenlijk velgen moeten met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd. |
Artikel 5.6a.27
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De wielen van bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van luchtbanden. | Visuele controle. |
2. | De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is. | Leden 2 tot en met 4: visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid. |
3. | Over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak van de banden moet profilering aanwezig zijn. | |
4. | Het loopvlak van de banden mag geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken. |
Artikel 5.6a.28
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een veersysteem, moet dit systeem goed werken. | Visuele controle, waarbij de bromfiets verscheidene keren wordt ingeveerd. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. |
2. | De onderdelen van het veersysteem mogen geen breuken of scheuren vertonen, mogen niet ernstig door corrosie zijn aangetast en moeten deugdelijk zijn bevestigd. Hieraan wordt voor wat betreft veerschotels voldaan, indien deze niet zijn doorgeroest. Indien een veerschotel is doorgeroest, mag deze niet zijn gerepareerd. | Visuele controle. |
Artikel 5.6a.29
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een mechanische stuurinrichting. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | Van bijzondere bromfietsen: a. moet de stuurinrichting deugdelijk zijn; b. mogen de stofhoezen niet zodanig beschadigd zijn, dat de hoezen niet meer afdichten; c. moeten koppelingen en verbindingen spelingsvrij zijn; d. moeten de voor de overbrenging van de stuurkrachten noodzakelijke onderdelen deugdelijk zijn bevestigd. |
Artikel 5.6a.31
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een goedwerkend remsysteem, waarvan de onderdelen: a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen; b. niet door corrosie zijn aangetast; c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken; en d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen; e. niet aanlopen; f. niet langs voertuigdelen schuren. | Leden 1 en 2: visuele controle, waarbij een rijproef wordt uitgevoerd. |
2. | Het voertuig mag als gevolg van het remmen of van een snelheidsvermindering geen zijwaartse beweging maken. | |
3. | De remhendel of het rempedaal maakt geen zodanige slag dat deze tot een aanslag kan worden ingedrukt of ingetrapt. | Controle waarbij het rempedaal wordt ingetrapt met een kracht van ten hoogste 500 N (50 kg). Bij een remhendel moet dit worden uitgevoerd met de maximale handkracht. |
4. | De remkabels zijn niet gerafeld en goed gangbaar. | Visuele controle, waarbij de rem wordt bediend. |
5. | De bediening van het remsysteem wordt door geen enkel onderdeel van de bijzondere bromfiets belemmerd. | Leden 5 en 6: visuele controle. |
6. | Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een hydraulisch remsysteem, bevindt het remvloeistofniveau zich niet onder het minimum. |
Artikel 5.6a.38
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een remsysteem waarvan de remvertraging ten minste 4,0 m/s2 bedraagt. | Bij twijfel controle door middel van een vertragingsproef, waarbij aan de hand van de afgelegde vertragingsafstand wordt bepaald of aan de vereiste vertraging wordt voldaan. |
2. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van ten minste één frictierem. | Leden 2 tot en met 5: visuele controle |
3. | Bijzondere bromfietsen moeten op alle assen geremd zijn. | |
4. | Bijzondere bromfietsen mogen voorzien zijn van een noodstopsysteem. | |
5. | Bijzondere bromfietsen op meer dan twee wielen moeten zijn voorzien van een vastzetinrichting. | |
6. | Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op bijzondere bromfietsen die geproduceerd zijn op basis van een aanwijzing die afgegeven is voor 2 mei 2019. |
Artikel 5.6a.41
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Permanent aangebrachte inrichtingen aan bijzondere bromfietsen om lading of personen mee te kunnen vervoeren moeten deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 tot met 6: visuele controle. |
2. | Bijzondere bromfietsen die zijn bedoeld voor individueel vervoer of goederenvervoer bieden geen ruimte voor passagiers. | |
3. | Bijzondere bromfietsen die zijn bedoeld voor personenvervoer hebben ten hoogste acht zitplaatsen voor passagiers. Deze zitplaatsen zijn voorzien van onbeschadigde veiligheidsgordels die deugdelijk bevestigd zijn en een goedwerkende sluiting bevatten. | |
4. | Bijzondere bromfietsen die zijn bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer zijn voorzien van een bestuurdersplaats met bescherming die kan voorkomen dat de bestuurder van het voertuig valt. | |
5. | Bijzondere bromfietsen die zijn bedoeld voor goederenvervoer zijn voorzien van een laadruimte die voldoende sterk is om goederen mee te vervoeren en die is voorzien van middelen om te voorkomen dat goederen tijdens het rijden uit het voertuig kunnen vallen. | |
6. | Indien een bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie: a. moeten de deuren of kappen die toegang geven tot de personen- of goederenruimte een deugdelijke sluiting hebben, welke sluiting wordt gewaarborgd door goed werkende sloten en scharnieren; b. moeten de deuren en kappen, bedoeld in onderdeel a, op normale wijze vanaf zowel de binnen- als de buitenzijde van het voertuig kunnen worden geopend; c. moet die zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde linkerbuitenspiegel waarvan het glas geen verschijnselen van breuk vertoont en niet is verweerd; d. mag deze zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde rechterbuitenspiegel; en e. moet die zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde achteruitkijkspiegel waarvan het glas geen verschijnselen van breuk vertoont, indien zicht naar achteren mogelijk is. | |
7. | Indien een bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen: a. mogen die ramen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen; b. mogen die ramen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren; c. mag de lichtdoorlatendheid van die ruiten niet minder zijn dan 55%; en d. moet de voorruit zijn voorzien van een goed werkende: 1°. ruitenwisserinstallatie die bij inschakeling de bestuurder voldoende uitzicht geeft; 2°. ruitensproeierinstallatie; en 3°. ontwasemings- en ontdooiingsinstallatie, indien het een gesloten carrosserie betreft. | Visuele controle, waarbij ten aanzien van onderdeel c in geval van twijfel wordt gemeten. |
Artikel 5.6a.48
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. | Leden 1 tot en met 3: visuele controle. |
2. | De wielen onderscheidenlijk banden van bijzondere bromfietsen mogen niet aanlopen. | |
3. | Geen deel aan de buitenzijde van een bijzondere bromfiets mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken. |
Artikel 5.6a.51
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van: a. rode opvallende retroreflecterende lijnmarkering of één of twee rode retroreflectoren, aangebracht aan de achterzijde van het voertuig op een hoogte van minimaal 0,15 m en maximaal 0,90 m; b. witte of gele opvallende retroreflecterende markering of één of twee ambergele zijretroreflectoren, aangebracht aan de zijkant van het voertuig; en c. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig. | Visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten. |
2. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van: a. één of twee lichten aan de voorzijde van het voertuig; b. één of twee achterlichten; c. één of twee remlichten; en d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig. | Visuele controle. |
3. | Het tweede lid is niet van toepassing op bijzondere bromfietsen zonder carrosserie die geproduceerd zijn op basis van een aanwijzing die afgegeven is voor 2 mei 2019. |
Artikel 5.6a.57
Eisen | Wijze van keuren |
Een bijzondere bromfiets mag voorzien zijn van:
| Visuele controle. |
Artikel 5.6a.59
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Het licht aan de voorzijde van een bijzondere bromfiets mag niet anders dan wit of geel stralen. | Leden 1 tot en met 4: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. |
2. | Het achterlicht en het remlicht mogen niet anders dan rood stralen. | |
3. | De richtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen. | |
4. | De dagrijlichten mogen niet anders dan wit stralen. |
Artikel 5.6a.64
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen mogen niet zijn voorzien van verblindende lichten. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | Bijzondere bromfietsen mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, niet zijn voorzien van knipperende lichten. |
Artikel 5.6a.65
Eisen | Wijze van keuren |
Bijzondere bromfietsen mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.6a.51 en 5.6a.57 is voorgeschreven of toegestaan. | Visuele controle. |
Artikel 5.6a.66
Eisen | Wijze van keuren |
Bijzondere bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen. | Visuele controle. |
Artikel 5.6a.71
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een goed werkende bel of van een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte. | Visuele en auditieve controle, waarbij de bel dan wel hoorn in werking wordt gesteld. |
2. | Bijzondere bromfietsen mogen zijn voorzien van een geluidssignaalinrichting die er toe strekt ongeoorloofd gebruik of diefstal van de bromfiets te voorkomen. | Leden 2 tot en met 4: visuele en auditieve controle. |
3. | Bijzondere bromfietsen mogen zijn voorzien van een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem. | |
4. | Bijzondere bromfietsen mogen niet zijn voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan bedoeld in het eerste tot en met het derde lid. |