Eisen

Wijze van keuren

1.

Alle onderdelen van de elektrische aandrijving van gehandicaptenvoertuigen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.

Leden 1 tot en met 3: visuele controle.

2.

Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een:

a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor, en

b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig.

3.

Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare:

a. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen, en

b. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie.