Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien een mobiele machine is voorzien van een LPG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7a.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De LPG-tank:

a. mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak; en

b. mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl de mobiele machine zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De LPG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De LPG-tank moet zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

Leden 4 en 5: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5.

Op de LPG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of laadruimte.

6.

Het vullen van de tank mag alleen buiten het voertuig kunnen geschieden. De vulaansluiting moet zijn voorzien van een stofkap, tenzij deze is beschermd tegen vuil en water.

Visuele controle.

7.

De leidingen mogen geen knikken vertonen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 7 en 8: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen.