Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Bromfietsen die blijkens de kentekencard, het kentekenbewijs of het kentekenregister een maximumconstructiesnelheid van meer dan 25 km/h tot en met 45 km/h hebben, moeten bij voortduring aan deze snelheid, vermeerderd met 5 km/h, voldoen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 28 tot en met 29a, van toepassing. | – |
2. | Bromfietsen die blijkens de kentekencard, het kentekenbewijs of het kentekenregister een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h hebben, moeten bij voortduring aan deze snelheid, vermeerderd met 4 km/h, voldoen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 28 tot en met 29a, van toepassing. | – |
3. | Bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de in het eerste en tweede lid vermelde maximumconstructiesnelheid te bemoeilijken of te beïnvloeden. | Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. Eventueel wordt de meting opnieuw uitgevoerd. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 3
Artikel 5.6.9
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Alle onderdelen van de brandstofsystemen dan wel van de elektrische aandrijving van bromfietsen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen. |
2. | De brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen. | Visuele controle. Een installatie voor een al dan niet tot vloeistof verdicht gas wordt gecontroleerd met behulp van apparatuur dat lekkage vaststelt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld. |
3. | De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop. | Visuele controle. |
Artikel 5.6.10
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Indien de bromfiets is voorzien van een LPG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.6.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen. | – |
2. | De LPG-tank: a. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig; b. mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak, en c. mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 8: visuele controle. |
3. | De LPG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst. | |
4. | De LPG-tank moet zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte kast die in de buitenlucht moet uitmonden indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst. | |
5. | Op de LPG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte. | |
6. | Indien het voertuig na 30 september 1978 in gebruik is genomen, mag het vullen van de tank alleen buiten het voertuig kunnen geschieden. De vulaansluiting moet zijn voorzien van een stofkap, tenzij deze is beschermd tegen vuil en water. | |
7. | De leidingen mogen geen knikken vertonen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | |
8. | De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen. |
Artikel 5.6.10a
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Indien de bromfiets is voorzien van een CNG- of LNG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.6.9, voldoen aan de in de in het tweede tot en met achtste lid gestelde eisen. | – |
2. | De CNG- of LNG-tank: a. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig, en b. mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 5: visuele controle. |
3. | De CNG- of LNG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst. | |
4. | De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een CNG- of LNG-tank mag niet verstreken zijn. | |
5. | Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte. | |
6. | De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | Leden 6 tot en met 9: visuele controle. |
7. | De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen. | |
8. | De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. | |
9. | De vulaansluiting moet: a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig; b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water. |
Artikel 5.6.11
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Bromfietsen met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van de afwateringsgaatjes. | Visuele en auditieve controle. |
2. | Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle. |
3. | Bromfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan de waarde die voor het voertuig is vermeld in het kentekenregister, vermeerderd met 2 dB(A). Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 36, 37 en 38, van toepassing. | – |
4. | Bromfietsen waarvoor geen waarde als bedoeld in het derde lid is vermeld, mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan 97 dB(A) voor bromfietsen die blijkens de gegevens in het kentekenregister een maximumconstructiesnelheid hebben van meer dan 25 km/h en niet meer dan 90 dB(A) voor andere bromfietsen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 36, 37 en 38, van toepassing. | – |
Artikel 5.6.12
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De accu van bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De elektrische bedrading van bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd. |
Artikel 5.6.12a
Eisen | Wijze van Keuren | |
De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van elektrisch aangedreven of hybride elektrische bromfietsen: a. moeten deugdelijk zijn; b. moeten deugdelijk zijn bevestigd; c. mogen niet zijn beschadigd; d. mogen geen lekkage vertonen; e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset; f. moeten goed zijn geïsoleerd. | Visuele controle. |
Artikel 5.6.13
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De motor van bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulkanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt. |