Eisen

Wijze van keuren

1.

Landbouw- of bosbouwtrekkers mogen zijn voorzien van:

a. meerdere grote lichten, tegelijkertijd mogen niet meer dan vier grote lichten werken;

b. twee extra dimlichten;

c. twee extra stadslichten;

d. twee extra achterlichten;

e. twee mistvoorlichten;

f. één of twee mistachterlichten;

g. parkeerlichten;

h. zijrichtingaanwijzers aan de zijkanten van het voertuig;

i. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;

j. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m; de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn;

k. één of twee achteruitrijlichten;

l. twee staaklichten;

m. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de voor- en achterzijde van het voertuig;

n. twee of vier markeringslichten aan de voorzijde en twee of vier markeringslichten aan de achterzijde van het voertuig;

o. zijmarkeringslichten;

p. lijnmarkering aan de zijkant en volledige contourmarkering of lijnmarkering aan de achterzijde van het voertuig, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 153, van toepassing is;

q. manoeuvreerlichten aan elke zijkant van het voertuig;

r. werklichten;

s. een derde remlicht;

t. twee dagrijlichten;

u. twee bochtlichten;

v. twee hoeklichten;

w. achterkentekenplaatverlichting, voor zover deze niet reeds ingevolge artikel 5.8.51, eerste lid, onderdeel i, verplicht is;

x. markering van de breedte aan de voor- en achterzijde van het voertuig die voldoet aan de in bijlage VIII, artikelen 132 en 133, gestelde eisen;

y. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, in de vorm van een afgeknotte driehoek die is voorzien van een goedkeuringsmerk waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 123 van toepassing is, indien deze niet reeds op grond van artikel 5.8.51, eerste lid, aanhef en onderdeel k, verplicht is.

– Onderdelen a tot en met i: visuele controle.

– Onderdeel j: visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten.

– Onderdelen k tot en met y: visuele controle.

2.

Lichten en retroreflecterende voorzieningen die ingevolge artikel 5.8.51 verplicht zijn gesteld voor voertuigen die na een in dat artikel genoemde datum in gebruik zijn genomen, mogen zijn aangebracht op voertuigen die vóór of op dat tijdstip in gebruik zijn genomen, mits wordt voldaan aan de in artikel 5.8.53 met betrekking tot die lichten gestelde eisen.

Leden 2 en 3: visuele controle.

3.

Landbouw- of bosbouwtrekkers mogen zijn voorzien van extra rode retroreflectoren aan de achterzijde en extra ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig.