Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Aanhangwagens, niet zijnde opleggers, mogen niet langer zijn dan 12,00 m. | Leden 1 en 2: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten. Deze maat mag niet meer dan 1% afwijken. Artikel 5.1a.1 is van toepassing. |
2. | In afwijking van het eerste lid, mogen kermis- of circusvoertuigen niet langer zijn dan 14,00 m. | |
3. | Van opleggers die na 31 december 1997 in gebruik worden genomen, mag de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger niet meer bedragen dan 2,04 m en mag de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger niet meer bedragen dan 12,00 m. | Leden 3 tot en met 5: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten, waarbij artikel 5.1a.1 van overeenkomstige toepassing is. |
4. | Van opleggers die voor 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen, mag de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger niet meer bedragen dan 2,05 m, met uitzondering van een puntvormige uitbouw waarvan het verticaal geprojecteerde oppervlak wordt begrensd door rechte lijnen die raken aan de uiterste voorhoeken van de oplegger en een punt op het mediaanvlak van de oplegger dat op maximaal 2,50 m voor het hart van de koppelingspen ligt. | |
5. | In afwijking van het derde lid, mag van kermis- of circusvoertuigen de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger niet meer bedragen dan 17,50 m. | |
6. | Aanhangwagens mogen niet breder zijn dan 2,55 m, met dien verstande dat aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 10.000 kg, die in gebruik zijn genomen voor 1 februari 1999, niet breder mogen zijn dan 2,60 m. | Leden 6 tot en met 8: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten, waarbij artikel 5.1a.1 van toepassing is. |
7. | In afwijking van het zesde lid, mogen:
| |
8. | Aanhangwagens mogen niet hoger zijn dan 4,00 m. | |
9. | In de afmetingen, bedoeld in het eerste, derde, zesde, zevende en achtste lid, zijn afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren, zoals containers, begrepen. | – |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 2
Artikel 5.12.7
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | De last onder de assen van aanhangwagens mag niet meer bedragen dan de voor het betrokken voertuig in het kentekenregister of op het kentekenbewijs vermelde toegestane maximum aslasten. Bij middenasaanhangwagens, aanhangwagens met een stijve dissel en opleggers mag de last onder de koppeling niet meer bedragen dan in het kentekenregister is vermeld. | Leden 1 tot en met 3: bij twijfel wordt het voertuig gewogen. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
2. | De totale massa van aanhangwagens mag niet meer bedragen dan de voor het betrokken voertuig in het kentekenregister of op de kentekencard dan wel het kentekenbewijs vermelde toegestane maximummassa. | |
3. | De som van de aslasten van autonome aanhangwagens mag niet meer bedragen dan de voor het betrokken voertuig in het kentekenregister of op de kentekencard dan wel het kentekenbewijs vermelde toegestane maximummassa. |