Eisen

Wijze van Keuren

1.

Driewielige motorrijtuigen moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel.

Visuele controle.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op driewielige motorrijtuigen:

a. waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg;

b. waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte kan overzien; en

c. die in gebruik zijn genomen vóór 27 november 1975.

3.

Driewielige motorrijtuigen met een gesloten carrosserie, met uitzondering van voertuigen die in gebruik zijn genomen vóór 17 juni 2003 en voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, moeten zijn voorzien van een binnenspiegel.

Leden 3 tot en met 6: visuele controle.

4.

Driewielige motorrijtuigen moeten zijn voorzien van een rechterbuitenspiegel, indien met de verplichte binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien. Indien de binnenspiegel geen zicht naar achteren mogelijk maakt, behoeft deze niet aanwezig te zijn.

5.

De spiegels moeten deugdelijk zijn bevestigd.

6.

Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd.

7.

In afwijking van het eerste, derde en vierde lid mogen verplichte spiegels bij driewielige motorrijtuigen met een gedeeltelijk gesloten carrosserie zijn vervangen door goedwerkende camera-monitorsystemen. Indien spiegels vervangen zijn door camera-monitorsystemen, dan moeten deze systemen deugdelijk bevestigd zijn.

Visuele controle