Eisen

Wijze van Keuren

1.

De stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.

Leden 1 tot en met 6: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De richtingaanwijzers en de remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.

3.

De achterlichten en de mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

4.

De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.

5.

De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.

6.

De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.

7.

De lijn- of contourmarkering aan de zijkant is wit of geel. De lijn- of contourmarkering aan de achterzijde is rood, wit of geel.

Visuele controle.