Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 3

Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.7.8

Eisen

Wijze van keuren

1.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid moeten bij voortduring aan de in artikel 1.1 met betrekking tot motorrijtuigen met beperkte snelheid vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h, voldoen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 29a, van toepassing.

In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

2.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de maximumconstructiesnelheid, bedoeld in het eerste lid, te bemoeilijken of te beïnvloeden.

Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld.

Artikel 5.7.9

Eisen

Wijze van keuren

1.

Alle onderdelen van brandstofsystemen van motorrijtuigen met beperkte snelheid moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.

Visuele controle.

2.

Brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen.

Visuele controle. Een installatie voor een al dan niet tot vloeistof verdicht gas wordt gecontroleerd met behulp van apparatuur dat lekkage vaststelt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld.

3.

De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop.

Visuele controle.

Artikel 5.7.10

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien een motorrijtuig met beperkte snelheid is voorzien van een LPG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De LPG-tank:

a. mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak; en

b. mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig met beperkte snelheid zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De LPG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De LPG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

Leden 4 en 5: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5.

Op de LPG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of laadruimte.

6.

Indien het voertuig na 30 september 1978 in gebruik is genomen, mag het vullen van de tank alleen buiten het voertuig kunnen geschieden. De vulaansluiting moet zijn voorzien van een stofkap, tenzij deze is beschermd tegen vuil en water.

Visuele controle.

7.

De leidingen mogen geen knikken vertonen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 7 en 8: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen.

Artikel 5.7.10a

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien een motorrijtuig met beperkte snelheid is voorzien van een CNG- of LNG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De CNG- of LNG-tank mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig met beperkte snelheid zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De CNG- of LNG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De CNG- of LNG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2002, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5.

De vervaldatum van de goedkeuring en, indien van toepassing, van de herkwalificatie van een CNG- of LNG-tank, mag niet verstreken zijn.

Visuele controle.

6.

Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte.

Leden 6 tot en met 10: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

7.

De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

8.

De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.

9.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

10.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

Artikel 5.7.10b

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien een motorrijtuig met beperkte snelheid is voorzien van een waterstofinstallatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De waterstoftank mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig met beperkte snelheid zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De waterstoftank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De waterstoftank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2014, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

Visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig met beperkte snelheid zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

5.

De vervaldatum van de goedkeuring en, indien van toepassing, van de herkwalificatie van een waterstoftank mag niet verstreken zijn.

Visuele controle.

6.

De onderdelen van de waterstofinstallatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 6 tot en met 9: Visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig met beperkte snelheid zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

7.

De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

9.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

10.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg voorzien van een waterstofinstallatie, moeten zowel in de motorruimte als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

Bijlage 264827

11.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg voorzien van een waterstofinstallatie, moeten zowel aan de voor- en achterzijde als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

Bijlage 264828

Artikel 5.7.11

Eisen

Wijze van keuren

1.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van de afwateringsgaatjes.

Visuele en auditieve controle.

2.

Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd.

Visuele controle.

3.

Het uitlaatsysteem moet behoorlijk geluiddempend zijn.

Visuele en auditieve controle.

Artikel 5.7.12

Eisen

Wijze van keuren

1.

De accu van motorrijtuigen met beperkte snelheid moet deugdelijk zijn bevestigd.

Leden 1 en 2: visuele controle.

2.

De elektrische bedrading van motorrijtuigen met beperkte snelheid moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd.

Artikel 5.7.12a

Eisen

Wijze van Keuren

De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van elektrisch aangedreven of hybride elektrische motorrijtuigen met beperkte snelheid:

a. moeten deugdelijk zijn;

b. moeten deugdelijk zijn bevestigd;

c. mogen niet zijn beschadigd;

d. mogen geen lekkage vertonen;

e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset, en

f. moeten goed zijn geïsoleerd.

Visuele controle.

Artikel 5.7.13

Eisen

Wijze van keuren

1.

De motorsteunen van motorrijtuigen met beperkte snelheid moeten deugdelijk aan het chassis dan wel aan de carrosserie alsmede aan de motor zijn bevestigd.

Leden 1 en 2: visuele controle.

2.

De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulkanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt.

← terug naar Regeling voertuigen