Een wagen moet voldoen aan de in deze afdeling opgenomen eisen en wordt beoordeeld volgens de bijbehorende wijze van keuren waarbij in voorkomend geval bijlage VIII van toepassing is.
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
Afdeling 17
Artikel 5.17.3
Eisen | Wijze van keuren | |
De langs- en dwarsliggers en chassisversterkingsdelen van het chassisraam, dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen van wagens mogen: | Visuele controle. | |
a. geen breuken of scheuren vertonen, en | ||
b. niet zodanig zijn bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast, dat de stijfheid en de sterkte ervan in gevaar worden gebracht. |
Artikel 5.17.4
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De bovenbouw van wagens moet deugdelijk op het onderstel zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De ondersteuning van de laadvloer onderscheidenlijk laadruimte moet deugdelijk zijn. |
Artikel 5.17.6
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Wagens mogen: a. niet breder zijn dan 2,60 m, en b. niet hoger zijn dan 4,00 m. | Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten. |
2. | In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, mogen onbespannen wagens niet breder zijn dan 1,50 m. |
Artikel 5.17.7
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De last onder enig wiel van wagens mag niet meer bedragen dan 2.400 kg. Een samenstel van wielen dat op één wielnaaf is gemonteerd, wordt als één wiel beschouwd. | Leden 1 en 2: in geval van twijfel wordt het voertuig gewogen. |
2. | In afwijking van het eerste lid, mag de last onder een wiel dat niet is voorzien van een rubberen band, niet meer bedragen dan 120 kg per cm bandbreedte. |
Artikel 5.17.24
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De wielen onderscheidenlijk velgen van wagens mogen geen breuken, scheuren, ondeugdelijk laswerk, ernstige corrosie of ernstige vervorming vertonen. | Leden 1 en 2: visuele controle, terwijl het wiel vrij kan ronddraaien. |
2. | De wielen onderscheidenlijk velgen moeten met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd. |
Artikel 5.17.27
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De wielen van wagens mogen niet zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen. | Visuele controle. |
2. | Het eerste lid is niet van toepassing op wagens met een massa van ten hoogste 750 kg, ingericht als landbouwwerktuig. | In geval van twijfel wordt het voertuig gewogen. |
Artikel 5.17.40
Eisen | Wijze van keuren | |
Handwagens met motorvermogen moeten zodanig zijn ingericht dat, indien de bestuurder het bedieningstoestel loslaat, het voertuig onmiddellijk tot stilstand wordt gebracht. | Visuele controle. |
Artikel 5.17.48
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Wagens mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van wagens die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd. | |
3. | Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden. | Visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten. |
Artikel 5.17.51
Eisen | Wijze van keuren |
Wagens moeten aan de achterzijde zijn voorzien van: a. twee rode retroreflectoren indien het een wagen betreft waarvan de breedte meer dan 1,50 m bedraagt, dan wel één rode retroreflector indien het een wagen betreft waarvan de breedte ten hoogste 1,50 m bedraagt; b. één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek die is voorzien van een goedkeuringsmerk waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 123, van toepassing is. | Visuele controle. |
Artikel 5.17.54
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De rode retroreflectoren moeten aan de achterzijde van het voertuig op gelijke hoogte zijn aangebracht: | Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten. |
a. niet meer dan 0,45 m binnenwaarts van de uiterste linker- en rechterzijde van het voertuig, en | ||
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek. | ||
2. | Indien één retroreflector is voorgeschreven, moet deze zijn aangebracht: | |
a. aan de uiterste linkerzijde van het voertuig, en | ||
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek. |
Artikel 5.17.55
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De rode retroreflectoren mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen, die de retroreflectie beïnvloeden. |
Artikel 5.17.57
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Wagens mogen zijn voorzien van: | Leden 1 en 2: visuele controle. |
a. twee lichten aan de voorzijde; | ||
b. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig. | ||
c. twee achterlichten indien het een wagen betreft waarvan de breedte meer dan 1,50 m bedraagt, dan wel ten minste één achterlicht indien het een wagen betreft waarvan de breedte ten hoogste 1,50 m bedraagt; | ||
d. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig; | ||
e. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig. | ||
2. | Wagens mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig. |
Artikel 5.17.59
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De lichten aan de voorzijde mogen niet anders dan wit of geel stralen. | Leden 1 tot en met 3: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. |
2. | De richtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen. | |
3. | De achterlichten mogen niet anders dan rood stralen. |
Artikel 5.17.59a
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De in artikel 5.17.57 bedoelde lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. | |
3. | Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd. | Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. |
Artikel 5.17.64
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Wagens mogen niet zijn voorzien van verblindende verlichting. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | Wagens mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, niet zijn voorzien van knipperende verlichting. |
Artikel 5.17.65
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Wagens mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in artikelen 5.17.51 en 5.17.57 is voorgeschreven of toegestaan. | Visuele controle. Indien lichtarmaturen aanwezig zijn die niet zijn voorgeschreven dan wel toegestaan, mogen de lichten hiervan niet werken. |
2. | Wagens mogen niet zijn voorzien van lichtarmaturen voor blauwe zwaai-, flits- of knipperlichten. | Visuele controle. |