Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Landbouw- of bosbouwtrekkers moeten bij voortduring voldoen aan de in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 29a, van toepassing. | In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
2. | Landbouw- of bosbouwtrekkers mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de maximumconstructiesnelheid, bedoeld in het eerste lid, te bemoeilijken of te beïnvloeden. | Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 3
Artikel 5.8.9
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Alle onderdelen van brandstofsystemen van landbouw- of bosbouwtrekkers moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing. | Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen. |
2. | De brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen. | Leden 2 en 3: visuele controle. |
3. | De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop. |
Artikel 5.8.10
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Indien een landbouw- of bosbouwtrekker is voorzien van een LPG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.8.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen. | – |
2. | De LPG-tank: a. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig; b. mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak, en; c. mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 8: visuele controle. |
3. | De LPG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst. | |
4. | De LPG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst. | |
5. | Op de LPG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of laadruimte. | |
6. | Indien het voertuig na 30 september 1978 in gebruik is genomen, mag het vullen van de tank alleen buiten het voertuig kunnen geschieden. De vulaansluiting moet zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water. | |
7. | De leidingen mogen geen knikken vertonen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | |
8. | De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen. |
Artikel 5.8.10a
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Indien een landbouw- of bosbouwtrekker is voorzien van een CNG- of LNG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.8.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen. | – |
2. | De CNG- of LNG-tank: a. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig; en b. mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 4: visuele controle. |
3. | De CNG- of LNG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst. | |
4. | De CNG- of LNG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2002, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst. | |
5. | De vervaldatum van de goedkeuring en, indien van toepassing, van de herkwalificatie van een CNG- of LNG-tank, mag niet verstreken zijn. | Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
6. | Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte. | Leden 6 tot en met 10: visuele controle. |
7. | De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | |
8. | De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen. | |
9. | De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. | |
10. | De vulaansluiting moet: a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment; b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water. |
Artikel 5.8.10b
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Indien een landbouw- of bosbouwtrekker is voorzien van een waterstofinstallatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.8.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen. | – |
2. | De waterstoftank mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 4: visuele controle. |
3. | De waterstoftank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst. | |
4. | De waterstoftank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2014, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst. | |
5. | De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een waterstoftank mag niet verstreken zijn. | Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
6. | De onderdelen van de waterstofinstallatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | Leden 6 tot en met 11: visuele controle. |
7. | De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen. | |
8. | De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. | |
9. | De vulaansluiting moet: a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig; b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water. | |
10. | Landbouw- of bosbouwtrekkers met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg voorzien van een waterstofinstallatie, moeten zowel in de motorruimte als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens: | |
11. | Landbouw- of bosbouwtrekkers met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg voorzien van een waterstofinstallatie, moeten zowel aan de voor- en achterzijde als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens: |
Artikel 5.8.11
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Landbouw- of bosbouwtrekkers met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van de afwateringsgaatjes. | Visuele en auditieve controle met draaiende motor. |
2. | Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle. |
3. | Het uitlaatsysteem moet behoorlijk geluiddempend zijn. | Auditieve controle. |
4. | Indien in het kentekenregister een geluidsniveau voor het voertuig is vermeld, mag de landbouw- of bosbouwtrekker in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau produceren dan de waarde die voor het voertuig is vermeld in het kentekenregister, vermeerderd met 2 dB(A). Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 38a tot en met 38c, van overeenkomstige toepassing. | Leden 4 en 5: auditieve controle. Indien uitvoerbaar en toepasbaar wordt met een geluidsmeter klasse 1 vastgesteld of het geluidsniveau niet wordt overschreden. |
5. | Landbouw- of bosbouwtrekkers die in gebruik zijn genomen na 31 december 2020, waarvoor geen waarde als bedoeld in het vierde lid is vermeld, mogen geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan: a. 95 dB(A) bij een toerental van 3.500 min-1voor zover het betreft een landbouw- of bosbouwtrekker met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking; en b. 95 dB(A) bij een toerental van 1.500 min-1 voor zover het betreft een landbouw- of bosbouwtrekker met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking. |
Artikel 5.8.11a
Eisen | Wijze van keuren |
Onderdelen van landbouw- of bosbouwtrekkers in gebruik genomen na 31 december 2017, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen met uitzondering van water geen overmatige vloeistoflekkage vertonen. | Visuele controle. |
Artikel 5.8.12
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De accu van landbouw- of bosbouwtrekkers moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De elektrische bedrading van landbouw- of bosbouwtrekkers moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd. |
Artikel 5.8.12a
Eisen | Wijze van keuren |
De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van elektrisch aangedreven of hybride elektrische landbouw- of bosbouwtrekkers: a. moeten deugdelijk zijn; b. moeten deugdelijk zijn bevestigd; c. mogen niet zijn beschadigd; d. mogen geen lekkage vertonen; e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset; en f. moeten goed zijn geïsoleerd. | Visuele controle. |
Artikel 5.8.13
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De motorsteunen moeten deugdelijk aan het chassis dan wel aan de carrosserie, alsmede aan de motor, zijn bevestigd. Indien de motor en de versnellingsbak zijn samengebouwd, worden de steunen van de versnellingsbak mede als motorsteunen beschouwd. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulkanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt. |

