Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De deuren van gehandicaptenvoertuigen moeten goed sluiten. De deuren die direct toegang geven tot de personenruimte, moeten op normale wijze vanaf de binnenzijde en vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend. | Visuele controle, waarbij de deuren worden geopend en gesloten. |
2. | Het slot en de scharnieren van de motorkap en het kofferdeksel aan de voorzijde van het voertuig moeten een goede sluiting waarborgen. | Visuele controle, waarbij de motorkap en het kofferdeksel wordt geopend en gesloten. |
3. | De bevestiging van de scharnieren van de deuren, de motorkap en het kofferdeksel mag niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast. | Visuele controle. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 9
Artikel 5.10.42
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | De ruiten van gehandicaptenvoertuigen moeten uit gelaagd of gehard glas dan wel uit plastisch materiaal bestaan. | Leden 1 tot en met 5: visuele controle. |
2. | De voorruit en de naast de bestuurderzitplaats aanwezige zijruiten van gehandicaptenvoertuigen mogen geen ernstige beschadigingen of verkleuringen vertonen. | |
3. | De voorruit en de naast de bestuurderzitplaats aanwezige zijruiten van gehandicaptenvoertuigen mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen, die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. | |
4. | Indien het gehandicaptenvoertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel, mag de achterruit geen ernstige beschadigingen of verkleuringen vertonen. | |
5. | Indien het gehandicaptenvoertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel, mag de achterruit niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen, die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. |
Artikel 5.10.43
Eisen | Wijze van keuren | |
Gehandicaptenvoertuigen met een voorruit moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder voldoende uitzicht geeft, alsmede van een goed werkende ruitensproeierinstallatie. | Visuele controle, waarbij de installatie in werking wordt gesteld. Indien bij het in werking stellen van de installatie ten minste één stand, niet zijnde een intervalstand, werkt, blijft verdere controle achterwege. |
Artikel 5.10.44
Eisen | Wijze van keuren | |
Gehandicaptenvoertuigen met een voorruit moeten zijn voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit. | Visuele controle, waarbij de installatie in werking wordt gesteld. |
Artikel 5.10.45
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Gehandicaptenvoertuigen met een gesloten carrosserie moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel en van een binnenspiegel. | Leden 1 tot en met 4: visuele controle. |
2. | Gehandicaptenvoertuigen met een gesloten carrosserie moeten zijn voorzien van een rechterbuitenspiegel indien met de verplichte binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien. Indien de binnenspiegel geen zicht naar achteren mogelijk maakt, behoeft deze niet aanwezig te zijn. | |
3. | De spiegels moeten deugdelijk zijn bevestigd. | |
4. | Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd. |
Artikel 5.10.46
Eisen | Wijze van keuren | |
De zitplaatsen en rugleuningen van gehandicaptenvoertuigen moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd. De van fabriekswege aangebrachte verstelinrichtingen van de zitplaatsen en rugleuningen moeten goed kunnen worden vergrendeld. | Visuele controle Indien de zitplaats in de stand waarin deze wordt aangetroffen vergrendeld is, wordt voldaan aan de eis ten aanzien van vergrendeling. |
Artikel 5.10.47
Eisen | Wijze van keuren | |
Indien een gehandicaptenvoertuig is voorzien van gordels, moeten deze deugdelijk zijn bevestigd en mogen deze niet zijn beschadigd. Het pluizen van een gordel wordt niet gezien als een beschadiging. | Visuele controle, waarbij een eventuele rolgordel volledig wordt uitgetrokken. Hierbij wordt de gordel in de sluiting gebracht. Indien de gordel is voorzien van een oprolmechanisme wordt de gordel omgedaan. De blokkering wordt gecontroleerd door te trekken aan de gordel; indien dit geen uitsluitsel biedt, wordt tijdens een remproef op de weg het blokkeren van de gordel gecontroleerd. |
Artikel 5.10.48
Eisen | Wijze van keuren | |
1. | Gehandicaptenvoertuigen mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. | Leden 1 tot en met 4: visuele controle. |
2. | Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van gehandicaptenvoertuigen die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd. | |
3. | De wielen onderscheidenlijk banden van gehandicaptenvoertuigen met een gesloten carrosserie moeten goed zijn afgeschermd en mogen niet aanlopen. | |
4. | Geen deel van de buitenzijde van het gehandicaptenvoertuig mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken. |