Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 10

Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.17.51

Eisen

Wijze van keuren

Wagens moeten aan de achterzijde zijn voorzien van:

a. twee rode retroreflectoren indien het een wagen betreft waarvan de breedte meer dan 1,50 m bedraagt, dan wel één rode retroreflector indien het een wagen betreft waarvan de breedte ten hoogste 1,50 m bedraagt;

b. één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek die is voorzien van een goedkeuringsmerk waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 123, van toepassing is.

Visuele controle.

Artikel 5.17.54

Eisen

Wijze van keuren

1.

De rode retroreflectoren moeten aan de achterzijde van het voertuig op gelijke hoogte zijn aangebracht:

Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten.

a. niet meer dan 0,45 m binnenwaarts van de uiterste linker- en rechterzijde van het voertuig, en

b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek.

2.

Indien één retroreflector is voorgeschreven, moet deze zijn aangebracht:

a. aan de uiterste linkerzijde van het voertuig, en

b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek.

Artikel 5.17.55

Eisen

Wijze van keuren

1.

De rode retroreflectoren mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd.

Leden 1 en 2: visuele controle.

2.

De retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen, die de retroreflectie beïnvloeden.

Artikel 5.17.57

Eisen

Wijze van keuren

1.

Wagens mogen zijn voorzien van:

Leden 1 en 2: visuele controle.

a. twee lichten aan de voorzijde;

b. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig.

c. twee achterlichten indien het een wagen betreft waarvan de breedte meer dan 1,50 m bedraagt, dan wel ten minste één achterlicht indien het een wagen betreft waarvan de breedte ten hoogste 1,50 m bedraagt;

d. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;

e. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig.

2.

Wagens mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.

Artikel 5.17.59

Eisen

Wijze van keuren

1.

De lichten aan de voorzijde mogen niet anders dan wit of geel stralen.

Leden 1 tot en met 3: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De richtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.

3.

De achterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

Artikel 5.17.59a

Eisen

Wijze van keuren

1.

De in artikel 5.17.57 bedoelde lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.

Leden 1 en 2: visuele controle.

2.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.

3.

Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

Artikel 5.17.64

Eisen

Wijze van keuren

1.

Wagens mogen niet zijn voorzien van verblindende verlichting.

Leden 1 en 2: visuele controle.

2.

Wagens mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, niet zijn voorzien van knipperende verlichting.

Artikel 5.17.65

Eisen

Wijze van keuren

1.

Wagens mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in artikelen 5.17.51 en 5.17.57 is voorgeschreven of toegestaan.

Visuele controle. Indien lichtarmaturen aanwezig zijn die niet zijn voorgeschreven dan wel toegestaan, mogen de lichten hiervan niet werken.

2.

Wagens mogen niet zijn voorzien van lichtarmaturen voor blauwe zwaai-, flits- of knipperlichten.

Visuele controle.

← terug naar Regeling voertuigen