Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 10

Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.12.51

Eisen

Wijze van Keuren

Aanhangwagens moeten zijn voorzien van:

  1. Onderdeel a: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.

  2. Onderdelen b tot en met i: visuele controle.

  3. Onderdelen j tot en met n: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.

a. twee stadslichten indien het voertuig breder is dan 1,60 m en na 30 juni 1967 in gebruik is genomen;

b. twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig;

c. twee achterlichten;

d. twee remlichten;

e. achterkentekenplaatverlichting

f. twee rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;

g. één mistachterlicht indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen; het mistachterlicht moet zich bevinden in of links van het middenlangsvlak van het voertuig;

h. twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 is gebruik is genomen;

i. ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 119 tot en met 122, van toepassing;

j. twee markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en breder is dan 2,10 m, dan wel voor 1 januari 1998 in gebruik is genomen en breder is dan 2,60 m;

k. zijmarkeringslichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 119 tot en met 122 van toepassing;

l. één achteruitrijlicht indien het voertuig na 31 december 2012 in gebruik is genomen;

m. lijnmarkering aan de achterzijde, indien het voertuig breder is dan 2,10 m, na 31 december 2012 in gebruik is genomen en de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3.500 kg; hierbij is bijlage VIII, artikel 153, van toepassing;

n. lijnmarkering aan de zijkant, indien het voertuig langer is dan 6,00 m, na 31 december 2012 in gebruik is genomen en de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3.500 kg; hierbij is bijlage VIII, artikel 153, van toepassing.

Artikel 5.12.53

Eisen

Wijze van Keuren

1.

De stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.

Leden 1 tot en met 6: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De richtingaanwijzers en de remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.

3.

De achterlichten en de mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

4.

De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.

5.

De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.

6.

De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.

7.

De lijn- of contourmarkering aan de zijkant is wit of geel. De lijn- of contourmarkering aan de achterzijde is rood, wit of geel.

Visuele controle.

Artikel 5.12.55

Eisen

Wijze van Keuren

1.

De in artikel 5.12.51 bedoelde lichten moeten goed werken. Indien een licht wordt gevormd door meerdere lichtbronnen, mag door defecte lichtbronnen het oorspronkelijk lichtoppervlak met niet meer dan 25% afnemen.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing.

Leden 2 tot en met 4: visuele controle.

3.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn verwijderd.

4.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 128, van toepassing.

5.

Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

6.

De in artikel 5.12.51 bedoelde lichten en retroreflectoren, voor zover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd.

Visuele controle. Tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport wordt een zonder gereedschap afneembare lastdrager buiten beschouwing gelaten.

7.

De in artikel 5.12.51 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen die de retroreflectie beïnvloeden.

Visuele controle.

Artikel 5.12.57

Eisen

Wijze van Keuren

1.

Aanhangwagens mogen zijn voorzien van:

  1. Onderdelen a tot en met k: visuele controle.

  2. Onderdeel l: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.

  3. Onderdelen m tot en met s: visuele controle

a. twee extra achterlichten;

b. extra achteruitrijlichten;

c. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de achterzijde van het voertuig;

d. waarschuwingsknipperlichten aan het meest naar achteren gelegen gedeelte van de zich aan de zij- of achterkant van het voertuig bevindende laad- en losklep in horizontale stand;

e. twee extra markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee extra markeringslichten die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten reeds ingevolge artikel 5.12.51 verplicht zijn;

f. twee of vier markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee of vier markeringslichten die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.12.51 verplicht zijn;

g. twee staaklichten;

h. één extra mistachterlicht;

i. zijmarkeringslichten, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.12.51 verplicht zijn. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 119 tot en met 122, van toepassing;

j. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig indien deze niet reeds ingevolge artikel 5.12.51 verplicht zijn;

k. werklichten;

l. een derde remlicht, aangebracht zodanig dat:

  1. het zich bevindt op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf het middenlangsvlak, en

  2. de onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten, bedoeld in artikel 5.12.51, eerste lid, onderdeel d;

m. in afwijking van onderdeel l mogen twee extra remlichten worden aangebracht;

n. een lampje aan de voorzijde van het voertuig dat de werking van het antiblokkeer- of besturingssysteem aangeeft;

o. twee stadslichten;

p. een markering aan de achterzijde van het voertuig, indien de toegestane maximummassa van het voertuig meer bedraagt dan 3.500 kg;

q. volledige contourmarkering, gedeeltelijke contourmarkering of lijnmarkering aan de zijkant van het voertuig en volledige contourmarkering of lijnmarkering aan de achterkant van het voertuig, voor zover deze niet reeds ingevolge artikel 5.12.51 verplicht is. Hierbij is bijlage VIII, artikel 153 van toepassing;

r. lijnmarkering aan de voorkant. Hierbij is bijlage VIII, artikel 153, van toepassing;

s. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, in de vorm van een afgeknotte driehoek die voorzien is van een goedkeuringsmerk waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 123, van toepassing is, indien de maximumconstructiesnelheid ten hoogste 25 km/h bedraagt.

2.

Lichten en retroreflecterende voorzieningen die ingevolge artikel 5.12.51 verplicht zijn gesteld voor voertuigen die na een in dat artikel genoemd tijdstip in gebruik zijn genomen, mogen zijn aangebracht op voertuigen die voor of op dat tijdstip in gebruik zijn genomen, mits wordt voldaan aan de in artikel 5.12.53 met betrekking tot die lichten gestelde eisen. Zijmarkeringslichten moeten voldoen aan het bepaalde in onderdeel i van het eerste lid.

Leden 2 en 3: visuele controle.

3.

Aanhangwagens mogen zijn voorzien van extra rode retroreflectoren aan de achterzijde en extra ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn.

4.

De extra achteruitrijlichten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, mogen aan de zijkant van het voertuig zijn gemonteerd.

Visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.

Artikel 5.12.57a

Eisen

Wijze van Keuren

1.

Aanhangwagens in gebruik bij de in de artikelen 29, eerste lid, en 30b van het RVV 1990 bedoelde diensten, die de daar genoemde signalen mogen voeren, mogen zijn voorzien van retroreflecterende striping, letters, cijfers of tekens die de aanhangwagen herkenbaar maken als zijnde in gebruik bij die diensten.

Leden 1 en 2: visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

2.

Aanhangwagens in gebruik voor werkzaamheden die zijn vastgesteld krachtens artikel 30, eerste lid, van het RVV 1990, mogen zijn voorzien van gele zwaai-, flits- of knipperlichten.

Artikel 5.12.59

Eisen

Wijze van Keuren

1.

De achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.

Leden 1 tot en met 5: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen niet anders dan ambergeel stralen.

3.

De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.

4.

De markeringslichten en staaklichten mogen naar voren niet anders dan wit stralen en naar achteren niet anders dan rood stralen.

5.

Het derde remlicht mag niet anders dan rood stralen.

6.

De markering aan de achterzijde moet bestaan uit één rechthoekig bord, dan wel uit een set van twee of vier rechthoekige borden, welke zijn voorzien van een rood fluorescerende omranding op een geel retroreflecterende achtergrond.

Visuele controle.

7.

De lijn- en contourmarkering aan de zijkant is wit of geel. De lijn- en contourmarkering aan de achterzijde is rood, wit of geel. De lijnmarkering aan de voorzijde is wit.

Visuele controle.

Artikel 5.12.59a

Eisen

Wijze van Keuren

1.

De in artikel 5.12.57 bedoelde lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing.

Leden 1 tot en met 3: visuele controle.

2.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn verwijderd.

3.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 128, van toepassing.

4.

Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

Artikel 5.12.61

Eisen

Wijze van Keuren

1.

Bij aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 1967 moeten de verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen, bedoeld in de artikelen 5.12.51 en 5.12.57 zijn aangebracht op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig. Voor richtingaanwijzers geldt de eerste volzin slechts voor zover de aanhangwagen in gebruik is genomen na 31 december 1997.

Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten.

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, moeten de stadslichten zijn aangebracht op een afstand van niet meer dan 0,25 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig.

3.

Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor de achteruitrijlichten, remlichten, de achterkentekenplaatverlichting, de markering aan de achterzijde van het voertuig, de rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek, mistachterlichten en werklichten.

Artikel 5.12.64

Eisen

Wijze van Keuren

1.

Aanhangwagens mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, de waarschuwingsknipperlichten en de remlichten ten behoeve van het noodstopsignaal, niet zijn voorzien van knipperende lichten.

Leden 1 en 2: visuele controle.

2.

In afwijking van het eerste lid, mogen de zijmarkeringslichten van aanhangwagens synchroon met de richtingaanwijzers aan dezelfde kant van het voertuig knipperen.

Artikel 5.12.65

Eisen

Wijze van Keuren

1.

Aanhangwagens mogen niet zijn voorzien van:

a. meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.12.51, 5.12.57 en 5.12.57a is voorgeschreven of toegestaan, en

b. in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig.

Visuele controle. Indien lichtarmaturen aanwezig zijn voor lichten die niet zijn voorgeschreven dan wel toegestaan, mogen de lichten hiervan niet werken.

2.

Aanhangwagens niet in gebruik bij de in de artikelen 29, eerste lid, en 30b van het RVV 1990 bedoelde diensten, mogen niet zijn voorzien van lichtarmaturen voor blauwe zwaai-, flits- of knipperlichten of voorzieningen die de indruk wekken dat het voertuig is voorzien van een dergelijke lichtarmatuur.

Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

← terug naar Regeling voertuigen