Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 10

Bromfietsrollentestbank

Artikel 8.4.90

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. bromfietsrollentestbank: testinrichting voor het vaststellen van de snelheid van een bromfiets;

  2. resulterende meetwaarden: door de bromfietsrollentestbank aangewezen of afgedrukte waarde die als uiteindelijk resultaat van de test wordt gepresenteerd.

Artikel 8.4.91

  1. Een bromfietsrollentestbank is voorzien van de volgende controle-inrichtingen:

    1. een testaansluiting;

    2. een inrichting waarmee automatisch voorafgaande aan een meting dan wel handmatig door de gebruiker een snelheid wordt gesimuleerd.

  2. Met de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde inrichting wordt de juiste werking van de bromfietsrollentestbank gecontroleerd. Tijdens deze controle worden alle circuits gecontroleerd die invloed kunnen hebben op de nauwkeurigheid van de aanwijzing.

Artikel 8.4.92

De maximale fout voor bromfietsrollentestbanken bedraagt bij een snelheid:

  1. lager dan of gelijk aan 50 km/h: 5 km/h; en

  2. hoger dan 50 km/h: 10%.

Artikel 8.4.93

Een bromfietsrollentestbank simuleert een weerstand die overeenkomt met de wegweerstand.

Artikel 8.4.94

De maximale fout in de meting van de omtreksnelheid van de rollen bedraagt één tiende van de maximale fout, bedoeld in artikel 8.4.92.

Artikel 8.4.95

De maximale fout in de resulterende meetwaarde bedraagt 2,5% van de aangewezen waarde, indien deze uitsluitend veroorzaakt wordt door dynamische effecten in de meetsignalen.

Artikel 8.4.96

  1. De bromfietsrollentestbank is voorzien van een digitale aanwijzing.

  2. De bromfietsrollentestbank mag zijn voorzien van:

    1. een analoge aanwijzing in combinatie met een digitale aanwijzing;

    2. een afdrukinrichting.

Artikel 8.4.97

Een bromfietsrollentestbank is van een zodanige constructie, dat op een veilige manier metingen kunnen worden verricht waarvoor de bromfietsrollentestbank op grond van zijn aanwijsbereik is bestemd.

Artikel 8.4.98

Het oppervlak van de rollen is zodanig dat de diameter niet meer dan 0,5% varieert.

Artikel 8.4.99

De bromfietsrollentestbank stelt ten minste de volgende waarden vast:

  1. tijdens de test de momentele waarde van de snelheid;

  2. na correcte uitvoering van de test de resulterende meetwaarde.

Artikel 8.4.100

Dynamische effecten zijn op een juiste wijze in de resulterende meetwaarde verwerkt.

Artikel 8.4.101

De afmetingen van de cijfers, alsmede de helderheid en het contrast van de weergave, van een digitale aanwijsinrichting zijn zodanig dat ook onder minder gunstige omstandigheden de aflezing op gemakkelijke wijze mogelijk is.

Artikel 8.4.102

Een gepresenteerde resulterende meetwaarde heeft betrekking op de hoogste waarde van het gemiddelde over minimaal 2 seconden waarbij het voertuig zijn maximale prestatie levert.

Artikel 8.4.103

  1. Indien een bromfietsrollentestbank is voorzien van een interne of externe afdrukinrichting, worden ten minste de volgende gegevens vastgelegd:

    1. de datum en het tijdstip van de metingen aan het desbetreffende voertuig;

    2. de ingevoerde informatie betreffende de identificatie van het voertuig bestaande uit het kenteken of de meldcode;

    3. de resulterende meetwaarde.

  2. Andere informatie dan die bedoeld in het eerste lid, mag slechts worden geregistreerd voor zover deze niet leidt tot misleiding of misvatting.

Artikel 8.4.104

Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.12, tweede lid, onderdeel a, wordt, indien de bromfietsrollentestbank is bedoeld voor installatie in de vloer, een verzegeling aangebracht tussen de bromfietsrollentestbank en zijn fundering.

Artikel 8.4.105

De handleiding behorende bij de bromfietsrollentestbank bevat naast de informatie, bedoeld in artikel 8.3.6, tweede lid:

  1. een korte en overzichtelijke procedure voor het gebruik van de testinrichting bij de uitvoering van de controle van een voertuig, waaronder in elk geval wordt verstaan een stroomschema;

  2. de uit te voeren controles voorafgaande aan of tijdens de metingen;

  3. de betekenis van een controleresultaat;

  4. een beschrijving van eventueel door het instrument gegeven meldingen, en

  5. de informatie benodigd voor een juiste interpretatie van het meetresultaat.

← terug naar Regeling voertuigen