-
Bij samenstellen van voertuigen waarvan de aanhangwagen van een reminrichting is voorzien, moet de reminrichting van de aanhangwagen in werking treden bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig.
-
Indien de aanhangwagen is voorzien van een losbreekreminrichting, moet deze zodanig met een vast deel van het trekkend voertuig of met een daartoe bestemde inrichting aan de trekhaak daarvan zijn verbonden, dat de inrichting slechts in werking treedt na het losraken van de aanhangwagenkoppeling.
-
Indien zowel het trekkend voertuig als de aanhangwagen zijn voorzien van een ABS- of EBS-systeem, moeten de daartoe bestemde ISO 7638-stekkers op beide voertuigen met elkaar verbonden worden. Indien deze voorziening op één van beide voertuigen ontbreekt, moeten de remsystemen zodanig zijn aangesloten dat het mogelijk blijft dat er met zowel het trekkend voertuig als met de aanhangwagen lastafhankelijk geremd kan worden.
-
Bij een samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger moeten alle voertuigen zijn voorzien van een EBS-remsysteem.
-
Indien in het samenstel, bedoeld in het vijfde lid, de dolly is uitgerust met een voertuigstabiliteitssysteem, moet deze tevens beschikken over een voorziening die de remmen van de getrokken oplegger automatisch activeert zodra het voertuigstabiliteitssysteem van de dolly ingrijpt.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op samenstellen van landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine, die in gebruik is genomen voor 1 januari 2022, en een aanhangwagen die afzonderlijk geremd kan worden.
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
B
Artikel 5.18.35
-
De remvertraging van de bedrijfsrem van samenstellen van trekkend voertuig en aanhangwagens moet, zowel beladen als onbeladen, op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 4,0 m/s2 bedragen.
-
In afwijking van het eerste lid, moet de remvertraging van de bedrijfsrem van samenstellen van landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine en aanhangwagen voldoen aan de eisen die aan de remvertraging van het trekkende voertuig worden gesteld in de op die categorie voertuigen betrekking hebbende afdeling van dit hoofdstuk.
Artikel 5.18.35a
Dubbel uitgevoerde rempedalen van landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines moeten zijn gekoppeld.
Artikel 5.18.36
De parkeerrem van het trekkend motorvoertuig van een samenstel van motorvoertuig en aanhangwagen moet het samenstel van voertuigen op een helling van 10,0% in beide richtingen in stilstand kunnen houden. Hieraan wordt geacht te zijn voldaan indien de remvertraging, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 1,0 m/s2 bedraagt.