Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 141

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Inbeslaggenomen voorwerpen worden zoveel mogelijk gesloten en verzegeld in een omslag waarop een mededeling van de dag van de inbeslagneming en een vermelding van degene bij wie zij zijn inbeslaggenomen, met een korte opgave van de inhoud, wordt gesteld en ondertekend. Indien de voorwerpen niet geschikt zijn om in een omslag te worden gesloten, wordt daaraan een strook gehecht, waarop gelijke mededeling en vermelding met een korte aanduiding van het voorwerp wordt gesteld en ondertekend. Kan aan een of ander niet worden voldaan, dan worden de voorwerpen zoveel mogelijk gewaarmerkt. Zoveel mogelijk wordt aan degene bij wie zij zijn inbeslaggenomen, een bewijs van ontvangst afgegeven.

  2. De inbeslaggenomen voorwerpen waarvan de bewaring noodzakelijk wordt geacht, worden, zodra het belang van het onderzoek het toelaat, gesteld onder de hoede van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bewaarder.

  3. Inbeslaggenomen voorwerpen kunnen ook aan een andere door het openbaar ministerie aangewezen bewaarder in gerechtelijke bewaring worden gegeven, indien dit voor het behoud, de bestemming of de beveiliging van deze voorwerpen redelijkerwijs noodzakelijk is.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Inbeslaggenomen voorwerpen worden zoveel mogelijk gesloten en verzegeld in een omslag waarop een mededeling van de dag van de inbeslagneming en een vermelding van degene bij wie zij zijn inbeslaggenomen, met een korte opgave van de inhoud, wordt gesteld en ondertekend. Indien de voorwerpen niet geschikt zijn om in een omslag te worden gesloten, wordt daaraan een strook gehecht, waarop gelijke mededeling en vermelding met een korte aanduiding van het voorwerp wordt gesteld en ondertekend. Kan aan een of ander niet worden voldaan, dan worden de voorwerpen zoveel mogelijk gewaarmerkt. Zoveel mogelijk wordt aan degene bij wie zij zijn inbeslaggenomen, een bewijs van ontvangst afgegeven.

  2. De inbeslaggenomen voorwerpen waarvan de bewaring noodzakelijk wordt geacht, worden, zodra het belang van het onderzoek het toelaat, gesteld onder de hoede van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bewaarder.

  3. Inbeslaggenomen voorwerpen kunnen ook aan een andere door het openbaar ministerie aangewezen bewaarder in gerechtelijke bewaring worden gegeven, indien dit voor het behoud, de bestemming of de beveiliging van deze voorwerpen redelijkerwijs noodzakelijk is.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES