-
Voor zover niet anders is bepaald, mag geen beslissing worden tenuitvoergelegd, zolang daartegen nog enig gewoon rechtsmiddel openstaat en, zo dit is aangewend, totdat het is ingetrokken of daarop is beslist.
-
Is een mededeling als bedoeld in artikel 411 voorgeschreven, dan kan de tenuitvoerlegging van het vonnis geschieden na de betekening van die mededeling. Bij vonnissen bij verstek gewezen, waarbij zodanige mededeling niet behoeft te geschieden, kan de tenuitvoerlegging geschieden na de uitspraak. Door verzet, hoger beroep of beroep in cassatie wordt de tenuitvoerlegging geschorst of opgeschort.
-
De laatste volzin van het tweede lid geldt niet:
voor bevelen bij het vonnis verleend, die dadelijk uitvoerbaar zijn;
indien naar het oordeel van het openbaar ministerie vaststaat dat het rechtsmiddel na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn is aangewend, tenzij op verzoek van degene die het middel aanwendde, en na te zijn gehoord, indien hij dit bij het verzoek heeft gevraagd, de voorzitter van het Hof of de rechter in eerste aanleg anders bepaalt.
-
Een uitspraak op de vordering van het openbaar ministerie, als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES, kan eerst worden tenuitvoergelegd, nadat de veroordeling, als bedoeld in artikel 38e, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, in kracht van gewijsde is gegaan.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Tweede Afdeling
Artikel 610
De tenuitvoerlegging of ingang van straffen wordt opgeschort gedurende acht dagen volgende op de dag waarop het vonnis, waarbij zij zijn opgelegd, in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 611
-
Een verzoekschrift om gratie, dat is ingediend binnen de in artikel 610 bedoelde termijn ter griffie van het Hof, schort de tenuitvoerlegging of ingang van de straf waarvan gratie wordt verzocht op, totdat op het verzoek is beschikt.
-
De griffier maakt onverwijld het openbaar ministerie bekend met de indiening van een ter griffie ontvangen verzoekschrift. Hij tekent de dag van indiening op het verzoekschrift aan. Het verzoekschrift wordt vervolgens, voorzien van het advies van de rechter naar Onze Minister van Justitie opgezonden.
Artikel 612
-
De artikelen 610 en 611, eerste lid, blijven buiten toepassing:
indien de veroordeelde te kennen geeft de opschorting van de tenuitvoerlegging of ingang van de straf niet te wensen;
indien, voor zover het betreft vrijheidsstraffen, op het tijdstip dat het vonnis in kracht van gewijsde gaat, de veroordeelde zich ter zake van het feit waarvoor hij bij dat vonnis is veroordeeld, in voorlopige hechtenis bevindt.
-
De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kennisgeving wordt, hetzij in persoon hetzij door iemand die daartoe bepaaldelijk door de veroordeelde is gemachtigd, gedaan aan de griffier van het gerecht dat het vonnis heeft uitgesproken. Artikel 447 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 613
Wanneer een verzoekschrift om gratie van een vrijheidsstraf is ingediend, zonder dat een wettelijke regeling daaraan de opschorting van de tenuitvoerlegging verbindt, kan Onze Minister van Justitie niettemin bepalen dat de tenuitvoerlegging wordt of blijft opgeschort of wel dat zij wordt of blijft geschorst zolang op het verzoek niet is beschikt.
Artikel 614
Een verzoekschrift om gratie dat van een derde afkomstig is, wordt buiten verdere behandeling gelaten indien blijkt dat de veroordeelde niet met het verzoek instemt. Het verliest alsdan de opschortende werking die de wettelijke regeling daaraan verbindt.
Artikel 615
-
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt het vonnis zodra mogelijk ten uitvoer gelegd.
-
Bestaat de straf uit geldboete, dan bepaalt het openbaar ministerie de dag waarop de betaling uiterlijk moet geschieden. Het ziet erop toe dat de veroordeelde hierover tijdig wordt ingelicht.
-
Het openbaar ministerie kan uitstel van betaling verlenen of betaling in termijnen toestaan.
-
Bij toepassing van het derde lid moet het totale bedrag in ieder geval worden voldaan binnen twee jaar na de dag waarop het vonnis voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
Artikel 616
-
Indien voor de tenuitvoerlegging van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, houdende veroordeling tot vrijheidsstraf of tot de straf van berisping, blijkt of is gebleken dat de veroordeelde lijdt aan een psychiatrische aandoening, beveelt het gerecht dat het vonnis heeft uitgesproken, de opschorting van de tenuitvoerlegging.
-
De opschorting wordt bevolen, hetzij op de vordering van het openbaar ministerie, hetzij op het verzoekschrift van de advocaat van de veroordeelde.Ten aanzien van de advocaat gelden de bepalingen van de Tweede Titel van het Tweede Boek.
-
Na het herstel wordt het bevel tot opschorting door hetzelfde gerecht, op vordering van het openbaar ministerie, ingetrokken.
Artikel 617
-
Indien, ondanks de psychiatrische aandoening van de veroordeelde, de tenuitvoerlegging van andere dan bij artikel 616 bedoelde straffen mogelijk is, wordt de curator op de gewone wijze tot voldoening aan het vonnis uitgenodigd. Zo de veroordeelde nog geen curator heeft, wordt deze zo nodig te dien einde op de vordering van het openbaar ministerie benoemd.
-
Ten aanzien van de vervangende straf is artikel 616 van toepassing.