Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 284

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig gemaakt door een dagvaarding vanwege de officier van justitie aan de verdachte betekend. Het rechtsgeding neemt op het moment van de betekening een aanvang.

  2. Wanneer de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt krachtens een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding waarvan de geldigheidsduur reeds eenmaal of ingevolge artikel 98, vierde lid, reeds tweemaal is verlengd, kan de dagvaarding geschieden, ook al is het gerechtelijk vooronderzoek nog niet gesloten.Van de dagvaarding geeft de officier van justitie in dat geval schriftelijk kennis aan de rechter-commissaris. Door deze kennisgeving eindigt het gerechtelijk vooronderzoek. De artikelen 272 en 277 vinden alsdan geen toepassing.

  3. Bij de betekening van de dagvaarding, zomede in de oproeping bedoeld bij artikel 414 wordt, de bevoegdheid vermeld, die de verdachte bij artikel 76, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is verleend.

  4. De rechter bepaalt, op de voordracht van de officier van justitie, de dag van de terechtzitting.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig gemaakt door een dagvaarding vanwege de officier van justitie aan de verdachte betekend. Het rechtsgeding neemt op het moment van de betekening een aanvang.

  2. Wanneer de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt krachtens een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding waarvan de geldigheidsduur reeds eenmaal of ingevolge artikel 98, vierde lid, reeds tweemaal is verlengd, kan de dagvaarding geschieden, ook al is het gerechtelijk vooronderzoek nog niet gesloten.Van de dagvaarding geeft de officier van justitie in dat geval schriftelijk kennis aan de rechter-commissaris. Door deze kennisgeving eindigt het gerechtelijk vooronderzoek. De artikelen 272 en 277 vinden alsdan geen toepassing.

  3. Bij de betekening van de dagvaarding, zomede in de oproeping bedoeld bij artikel 414 wordt, de bevoegdheid vermeld, die de verdachte bij artikel 76, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is verleend.

  4. De rechter bepaalt, op de voordracht van de officier van justitie, de dag van de terechtzitting.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES