Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 483

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De officier van justitie kan bepalen dat de tenuitvoerlegging van het bevel tot inverzekeringstelling zal worden geschorst, indien de verdachte zich bereid heeft verklaard tot nakoming van de aan de schorsing te verbinden voorwaarden.

  2. Als algemene voorwaarde waaraan de verdachte zal moeten voldoen wordt gesteld, dat hij geen strafbaar feit zal begaan noch zich op andere wijze zal misdragen. Bovendien kunnen bijzondere voorwaarden worden gesteld het gedrag van de verdachte betreffende; deze mogen zijn godsdienstige of staatkundige vrijheid niet beperken.

  3. De schorsing, bepaald krachtens het eerste lid, kan slechts worden opgeheven wegens overtreding van de gestelde voorwaarden. Het bevel tot opheffing is met redenen omkleed. De verdachte wordt zo mogelijk gehoord.

  4. De termijn gedurende welke een bevel tot inverzekeringstelling van kracht is, loopt niet gedurende de tijd waarin de tenuitvoerlegging is geschorst.

  5. Behoudens eerdere opheffing vervalt het bevel tot inverzekeringstelling waarvan de tenuitvoerlegging is geschorst, aan het einde van de tiende dag na die waarop het bevel is gegeven.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. De officier van justitie kan bepalen dat de tenuitvoerlegging van het bevel tot inverzekeringstelling zal worden geschorst, indien de verdachte zich bereid heeft verklaard tot nakoming van de aan de schorsing te verbinden voorwaarden.

  2. Als algemene voorwaarde waaraan de verdachte zal moeten voldoen wordt gesteld, dat hij geen strafbaar feit zal begaan noch zich op andere wijze zal misdragen. Bovendien kunnen bijzondere voorwaarden worden gesteld het gedrag van de verdachte betreffende; deze mogen zijn godsdienstige of staatkundige vrijheid niet beperken.

  3. De schorsing, bepaald krachtens het eerste lid, kan slechts worden opgeheven wegens overtreding van de gestelde voorwaarden. Het bevel tot opheffing is met redenen omkleed. De verdachte wordt zo mogelijk gehoord.

  4. De termijn gedurende welke een bevel tot inverzekeringstelling van kracht is, loopt niet gedurende de tijd waarin de tenuitvoerlegging is geschorst.

  5. Behoudens eerdere opheffing vervalt het bevel tot inverzekeringstelling waarvan de tenuitvoerlegging is geschorst, aan het einde van de tiende dag na die waarop het bevel is gegeven.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES