Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 503a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaren na de uitspraak van het gerecht in eerste aanleg aanhangig gemaakt. Indien het strafrechtelijk financieel onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 177g, tweede lid, is gesloten en heropend, wordt de periode van twee jaren verlengd met de tijd verlopen tussen deze sluiting en heropening.

  2. De officier van justitie doet bij zijn vordering de stukken waarop zij berust aan het gerecht toekomen. Artikel 284, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De vordering wordt aan degene op wie zij betrekking heeft betekend, onder mededeling van het recht op kennisneming van de stukken. Indien ook een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld wordt de vordering gelijktijdig met de sluiting van het strafrechtelijk financieel onderzoek aan degene tegen wie het is gericht betekend.

  4. De vordering behelst mede oproeping om op het daarin vermelde tijdstip ter terechtzitting te verschijnen. De artikelen 287, 289 tot en met 292 zijn van overeenkomstige toepassing.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaren na de uitspraak van het gerecht in eerste aanleg aanhangig gemaakt. Indien het strafrechtelijk financieel onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 177g, tweede lid, is gesloten en heropend, wordt de periode van twee jaren verlengd met de tijd verlopen tussen deze sluiting en heropening.

  2. De officier van justitie doet bij zijn vordering de stukken waarop zij berust aan het gerecht toekomen. Artikel 284, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De vordering wordt aan degene op wie zij betrekking heeft betekend, onder mededeling van het recht op kennisneming van de stukken. Indien ook een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld wordt de vordering gelijktijdig met de sluiting van het strafrechtelijk financieel onderzoek aan degene tegen wie het is gericht betekend.

  4. De vordering behelst mede oproeping om op het daarin vermelde tijdstip ter terechtzitting te verschijnen. De artikelen 287, 289 tot en met 292 zijn van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES