-
Een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaren na de uitspraak van het gerecht in eerste aanleg aanhangig gemaakt. Indien het strafrechtelijk financieel onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 177g, tweede lid, is gesloten en heropend, wordt de periode van twee jaren verlengd met de tijd verlopen tussen deze sluiting en heropening.
-
De officier van justitie doet bij zijn vordering de stukken waarop zij berust aan het gerecht toekomen. Artikel 284, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
De vordering wordt aan degene op wie zij betrekking heeft betekend, onder mededeling van het recht op kennisneming van de stukken. Indien ook een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld wordt de vordering gelijktijdig met de sluiting van het strafrechtelijk financieel onderzoek aan degene tegen wie het is gericht betekend.
-
De vordering behelst mede oproeping om op het daarin vermelde tijdstip ter terechtzitting te verschijnen. De artikelen 287, 289 tot en met 292 zijn van overeenkomstige toepassing.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Titel IIIa
Artikel 503b
De officier van justitie kan, zolang het onderzoek op de terechtzitting niet is gesloten, met de verdachte of veroordeelde een schriftelijke schikking aangaan tot betaling van een geldbedrag aan de Staat of tot overdracht van voorwerpen ten gehele of gedeeltelijke ontneming van het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de betrokkene door middel van of uit de baten van het feit waarvoor hij is vervolgd of soortgelijke feiten verkregen.
Artikel 503c
-
Op de behandeling van de vordering van de officier van justitie is de Tweede Afdeling van Titel IV van het vijfde Boek van overeenkomstige toepassing. De behandeling van de vordering ter terechtzitting kan worden voorafgegaan door een schriftelijke voorbereiding op de wijze als door het gerecht te bepalen.
-
Indien enig nader strafrechtelijk financieel onderzoek noodzakelijk blijkt, stelt het gerecht met schorsing der zaak onder aanduiding van het onderwerp van onderzoek en zo nodig de wijze waarop dit zal zijn in te stellen, de stukken in handen van de officier van justitie.
-
Het onderzoek geldt als een met rechterlijke machtiging ingestelde strafrechtelijk financieel onderzoek dat wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van Titel XVI van het derde Boek, met uitzondering van artikel 177g, vierde en vijfde lid.
Artikel 503d
-
Op de beraadslaging en de uitspraak zijn de bepalingen van de vijfde afdeling van Titel IV van het vijfde Boek van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
het gerecht naar aanleiding van de vordering en van het onderzoek ter terechtzitting beraadslaagt over de vraag of de in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES bedoelde maatregel moet worden opgelegd en zo ja, op welk bedrag de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel is te schatten; en
het gerecht niet gebonden is aan het voorschrift van artikel 388 betreffende de termijn waarbinnen uitspraak moet worden gedaan.
-
Indien de dag der uitspraak niet ter terechtzitting aan degene op wie de vordering betrekking heeft is medegedeeld, wordt hem daarvan, zodra die dag is bepaald, een kennisgeving betekend.
-
Het gerecht kan, ingeval onder de beraadslaging blijkt dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest, overeenkomstig artikel 503c, tweede en derde lid, een onderzoek door de officier van justitie doen plaatsvinden. In dit geval wordt gehandeld als ware het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst.
Artikel 503e
Het gerecht kan de schatting van het op geld waardeerbare voordeel als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES slechts ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen.
Artikel 503f
-
Tegen de uitspraak van het gerecht kan hoger beroep worden ingesteld.
-
Titel III en Titel IV (met uitzondering van de Eerste Afdeling) van het vijfde Boek en Titel II van het zesde Boek zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
de zaak in hoger beroep aanhangig wordt gemaakt door een oproeping van de procureur-generaal aan de verdachte of de veroordeelde betekend;
de behandeling van de vordering waarvan beroep is ingesteld voorafgegaan kan worden door een schriftelijke voorbereiding op de wijze, door het Hof te bepalen;
de artikelen 503c, tweede en derde lid, en 503d, derde lid, van overeenkomstige toepassing zijn. In deze gevallen wordt het financieel onderzoek gevoerd door de officier van justitie bij het gerecht dat in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. Na afloop van het bevolen onderzoek zendt de officier van justitie de stukken toe aan de procureur-generaal;
artikel 503d, eerste lid, onder b, van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 503g
Een uitspraak op de vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES vervalt van rechtswege, doordat de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, bedoeld in artikel 38e eerste onderscheidenlijk derde lid van het Wetboek van Strafrecht BES, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat.