-
In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is:
ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij;
ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij;
over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling.
De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.
-
In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.
Inhoud
Artikel 31
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
01-07-2025
Huidig
15-05-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2019
Historisch
01-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
15-12-2010
Historisch
10-10-2010
Historisch
Tekst van deze versie
-
In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is:
ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij;
ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij;
over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling.
De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.
-
In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.