-
Hij die de verdachte aanhoudt of staande houdt, kan voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, door deze met zich gevoerd, in beslag nemen.
-
Met betrekking tot het onderzoek aan het lichaam of de kleding van de aangehouden verdachte gelden de bepalingen van artikel 78.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Tweede Afdeling
Artikel 121
-
Opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde voor inbeslagneming vatbare voorwerpen in beslag nemen en daartoe, in geval van ontdekking op heterdaad, zonodig elke plaats betreden.
-
In geval van ontdekking op heterdaad zijn zij ter inbeslagneming tevens bevoegd in voer-, vaar- en luchtvaartuigen gericht en stelselmatig onderzoek te doen.
-
De artikelen 155 tot en met 164 zijn van toepassing.
Artikel 122
-
In geval van ontdekking op heterdaad of van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, kan de officier van justitie bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht:
ter inbeslagneming huiszoeking doen en de daarvoor vatbare voorwerpen in beslag nemen;
ter gelegenheid van een schouw elders, voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, voor zover deze voor de hand worden aangetroffen, in beslag nemen.
-
Kan het optreden van de officier van justitie niet worden afgewacht, dan komt de bevoegdheid toe aan een hulpofficier van justitie, onder verplichting om van de ondernomen handeling onverwijld kennis te geven aan de officier van justitie.
-
In geval van toepassing van het eerste en tweede lid is de officier van justitie of de hulpofficier van justitie bevoegd elke plaats te betreden. De artikelen 155 tot en met 164 zijn van toepassing.
Artikel 123
-
In geval van een strafbaar feit als omschreven in de artikelen 97 tot en met 102, 103a tot en met 104d, 245, 246, 256, 258, 259, 260, 265 of 447 van het Wetboek van Strafrecht BES, zijn de opsporingsambtenaren te allen tijde bevoegd ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voor inbeslagneming vatbare voorwerpen.
-
Zij hebben te allen tijde vrije toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat een zodanig strafbaar feit wordt begaan. De artikelen 155 tot en met 164 zijn van toepassing.
Artikel 124
De opsporingsambtenaren hebben te allen tijde vrije toegang tot alle lokaliteiten en alle plaatsen, waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed, dat zij door een goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwiel- of autohandelaar, uitdrager, opkoper of tagrijn worden gebruikt. Artikel 95bis van het Wetboek van Strafrecht BES, zomede de artikelen 155 tot en met 164 van dit wetboek zijn van toepassing.
Artikel 125
-
Bij personen met bevoegdheid tot verschoning, als bedoeld bij artikel 252, worden, tenzij met hun toestemming, niet in beslag genomen brieven of andere geschriften, waartoe hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt.
-
Geschiedt bij zodanige personen huiszoeking, dan vindt zij, tenzij met hun toestemming, alleen plaats, voor zover zij zonder schending van het stands-, beroeps- of ambtsgeheim kan geschieden, en strekt zij zich niet uit tot brieven of andere geschriften die niet het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan gediend hebben.
Artikel 126
-
Tenzij het belang van het onderzoek dit dringend vordert, wordt tot inbeslagneming in een woning niet overgegaan dan nadat de bewoner of, indien hij afwezig is, een van zijn aanwezige huisgenoten is gehoord en vruchteloos uitgenodigd de voorwerpen vrijwillig af te geven ter inbeslagneming.
-
Voor zover het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, stelt de opsporende ambtenaar de bewoner of, indien deze afwezig is, een van zijn aanwezige huisgenoten in de gelegenheid, zich omtrent de ter plaatse aangetroffen en voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te verklaren. Hetzelfde geldt ten aanzien van de verdachte, indien deze tegenwoordig is.
-
De verdachte is bevoegd zich tijdens een huiszoeking door zijn raadsman te doen bijstaan, zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.
Artikel 127
-
In geval van ontdekking op heterdaad of van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, kan de officier van justitie, in afwachting van het optreden van de rechter-commissaris, bij dringende noodzakelijkheid ter inbeslagneming de uitlevering tegen ontvangstbewijs bevelen van de pakketten, brieven, stukken en andere berichten, die aan de post, de telegrafie of aan een andere instelling van vervoer zijn toevertrouwd; een en ander voor zover zij klaarblijkelijk voor de verdachte bestemd of van hem afkomstig zijn.
-
Ieder die ten behoeve van dat vervoer zodanige zaken onder zich heeft of krijgt, geeft dienaangaande aan de officier van justitie of aan de hulpofficier op diens vordering de door deze gewenste inlichtingen.
Artikel 128
-
De officier van justitie geeft inbeslaggenomen pakketten, brieven, stukken en andere berichten, die aan de post, de telegrafie of aan een andere instelling van vervoer waren toevertrouwd en waarvan de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd, onverwijld aan de vervoerder ter verzending terug.
-
Tot kennisneming van de inhoud van de overige zaken, voor zover deze gesloten zijn, gaat de officier van justitie niet over dan na daartoe door de rechter-commissaris te zijn gemachtigd.Wordt de machtiging niet verleend, dan geeft de officier van justitie de inbeslaggehouden zaken onverwijld aan de vervoerder ter verzending terug.
Artikel 129
-
Blijken de zaken na opening van belang voor het onderzoek, dan voegt de officier van justitie deze bij de processtukken of de stukken van overtuiging. In het tegenovergestelde geval worden zij, na door de officier van justitie te zijn gesloten, door deze onverwijld naar hun bestemming verzonden.
-
Voor zover het belang van het onderzoek dit niet verbiedt, worden zij vooraf door de hulpofficier van justitie gewaarmerkt.
-
De inhoud van de door de officier van justitie geopende zaken, voor zover deze niet bij de processtukken of de stukken van overtuiging zijn gevoegd, wordt door hem geheim gehouden. Gelijke geheimhouding wordt door hem en door de hulpofficier van justitie in acht genomen ter zake van de inlichtingen, in artikel 127, tweede lid, vermeld, voor zover daarvan niet uit de processtukken blijkt.
-
Van de inbeslagneming, de teruggave, de opening en de verzending wordt door de officier van justitie proces-verbaal opgemaakt, dat bij de processtukken wordt gevoegd.