Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 578

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De verlenging kan worden gelast voor een termijn van ten hoogste veertien dagen. De voorlopige vrijheidsontneming kan op de vordering van de procureur-generaal telkens met een termijn van ten hoogste dertig dagen verder worden verlengd, totdat het Hof ingevolge artikel 589, tweede lid, over de gevangenhouding beslist.

  2. De veroordeelde wiens voorlopige vrijheidsontneming is gelast wordt, behoudens de mogelijkheid van vrijheidsontneming uit anderen hoofde, in vrijheid gesteld:

    1. zodra dit door het Hof, de rechter-commissaris of de procureur-generaal ambtshalve of op het verzoek van de veroordeelde of diens advocaat wordt gelast;

    2. zodra de voorlopige vrijheidsontneming veertien dagen heeft geduurd en de procureur-generaal de in de artikelen 581 of 582 bedoelde stukken niet heeft ontvangen;

    3. indien de duur van de voorlopige vrijheidsontneming die van het voor tenuitvoerlegging vatbare gedeelte van de in de vreemde staat opgelegde sanctie zou overtreffen.

  3. De in het tweede lid, onderdeel b, genoemde termijn loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde zich aan de verdere tenuitvoerlegging van de gelaste vrijheidsontneming heeft onttrokken.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. De verlenging kan worden gelast voor een termijn van ten hoogste veertien dagen. De voorlopige vrijheidsontneming kan op de vordering van de procureur-generaal telkens met een termijn van ten hoogste dertig dagen verder worden verlengd, totdat het Hof ingevolge artikel 589, tweede lid, over de gevangenhouding beslist.

  2. De veroordeelde wiens voorlopige vrijheidsontneming is gelast wordt, behoudens de mogelijkheid van vrijheidsontneming uit anderen hoofde, in vrijheid gesteld:

    1. zodra dit door het Hof, de rechter-commissaris of de procureur-generaal ambtshalve of op het verzoek van de veroordeelde of diens advocaat wordt gelast;

    2. zodra de voorlopige vrijheidsontneming veertien dagen heeft geduurd en de procureur-generaal de in de artikelen 581 of 582 bedoelde stukken niet heeft ontvangen;

    3. indien de duur van de voorlopige vrijheidsontneming die van het voor tenuitvoerlegging vatbare gedeelte van de in de vreemde staat opgelegde sanctie zou overtreffen.

  3. De in het tweede lid, onderdeel b, genoemde termijn loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde zich aan de verdere tenuitvoerlegging van de gelaste vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES