Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Titel VII

Rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde

Artikel 545

In het geval van ontdekking op heterdaad van enig strafbaar feit, waardoor de openbare orde ernstig is aangerand en ter zake waarvan voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kunnen de maatregelen in de navolgende bepalingen omschreven, worden toegepast, indien tegen de verdachte gewichtige bezwaren bestaan en er groot gevaar is voor herhaling of voortzetting van dat feit.

Artikel 546

  1. De officier van justitie is bevoegd de verdachte te doen aanhouden, en hem onverwijld te doen geleiden voor de rechter-commissaris.

  2. De officier van justitie is eveneens bevoegd getuigen, deskundigen en tolken te doen oproepen om te verschijnen voor de rechter-commissaris. De oproeping kan ook mondeling door een deurwaarder of schriftelijk door een ambtenaar van politie geschieden; de officier kan ook zelf mondeling oproepen.

  3. De verdachte wordt met het oog op het onderzoek op last van de officier van justitie op een door hem aan te wijzen plaats opgehouden, gedurende ten hoogste acht dagen.

Artikel 547

  1. De officier van justitie is bij het onderzoek door de rechter-commissaris tegenwoordig en doet, na de zaak te hebben voorgedragen, de vorderingen die hij in verband met de bepalingen van deze titel nodig oordeelt.

  2. De rechter-commissaris onderzoekt aanstonds de zaak. Het onderzoek geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en wordt overeenkomstig de bepalingen van de tweede tot en met de zevende afdeling van de Derde Titel van het Vierde Boek gevoerd.

  3. De rechter-commissaris is bevoegd, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging, te gelasten dat door de officier van justitie of de verdachte aangewezen getuigen, deskundigen en tolken voor hem zullen verschijnen. De oproeping geschiedt overeenkomstig het tweede lid van artikel 546.

  4. In dat geval kan de rechter-commissaris het onderzoek voor ten hoogste vierentwintig uren schorsen.

Artikel 548

  1. Indien de rechter-commissaris geen termen aanwezig acht tot toepassing van enige maatregel op grond van artikel 545, beveelt hij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.

  2. In het andere geval geeft de rechter-commissaris op de vordering van de officier van justitie de verdachte voor een bepaalde termijn de nodige bevelen ter voorkoming van herhaling of voortzetting van het feit en vordert van hem een bereidverklaring tot nakoming van die bevelen. De termijn eindigt van rechtswege op het tijdstip dat het ter zake van het strafbare feit gewezen vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, of, indien daarbij straf of maatregel is opgelegd, zodra het vonnis kan worden tenuitvoergelegd.

  3. De bevelen mogen de godsdienstige of staatkundige vrijheid niet beperken.

Artikel 549

Indien de bereidverklaring wordt afgelegd, beveelt de rechter-commissaris de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.

Artikel 550

  1. Indien de bereidverklaring niet wordt afgelegd, beveelt de rechter-commissaris dat de ophouding van de verdachte zal voortduren.

  2. De ophouding is van kracht gedurende een in het bevel te bepalen termijn van ten hoogste vijf dagen welke ingaat op de dag van de tenuitvoerlegging. Artikel 102, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. Het bevel tot ophouding is dadelijk uitvoerbaar.

  3. Op de vordering van de officier van justitie kan het bevel tot ophouding door de rechter-commissaris eenmaal met ten hoogste vijf dagen worden verlengd. De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering te worden gehoord.

  4. De rechter-commissaris beslist met inachtneming van het eerste lid, zomede van de artikelen 548 en 549.

  5. De verdachte kan van het bevel tot ophouding binnen drie dagen na de tenuitvoerlegging in hoger beroep komen bij het Hof van Justitie dat beslist, na de verdachte te hebben gehoord.

Artikel 551

  1. Zodra het grote gevaar voor herhaling of voortzetting van het feit is geweken, beveelt de officier van justitie de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.

  2. De rechter-commissaris kan te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, de invrijheidstelling van de verdachte bevelen. Artikel 549 is van toepassing.

  3. Het Hof van Justitie kan, ambtshalve of op het verzoek van de verdachte, het bevel tot ophouding opheffen. Artikel 103, tweede lid, is van toepassing.

  4. Het bevel kan mede worden opgeheven bij de uitspraak van het vonnis ter zake van het in artikel 545 bedoelde feit gewezen. De opheffing wordt daarbij steeds bevolen, indien straf of maatregel ter zake van dat feit niet wordt opgelegd.

Artikel 552

  1. Indien de verdachte de hem gegeven bevelen niet nakomt, is iedere opsporingsambtenaar bevoegd hem aan te houden en onverwijld opnieuw te geleiden voor de officier van justitie. De opsporingsambtenaar kan, ter aanhouding van de verdachte, elke plaats betreden. De artikelen 155 tot en met 164 zijn van toepassing.

  2. In dit geval of indien de verdachte niet kon worden aangehouden, vordert de officier van justitie onverwijld dat de rechter-commissaris ter zake een onderzoek zal instellen. Deze geeft daaraan zo spoedig mogelijk gevolg.

  3. Ten aanzien van het onderzoek en het oproepen van getuigen gelden de voorgaande bepalingen van deze titel.

Artikel 553

  1. Indien de rechter-commissaris op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 552, daartoe termen aanwezig acht, beveelt hij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.

  2. In het andere geval beveelt de rechter-commissaris, indien de verdachte zich aan overtreding van de hem gegeven bevelen heeft schuldig gemaakt, dat deze op een door hem aangewezen plaats zal worden opgehouden. De artikelen 550, tweede, derde en vijfde lid, en 551, met uitzondering van de tweede volzin van het tweede lid, zijn van toepassing.

Artikel 554

Tegen de beslissing tot afwijzing van een door de officier van justitie krachtens de bepalingen van deze titel genomen vordering staat geen beroep open.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES