Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Titel II

Staandehouding en aanhouding

Artikel 72

  1. Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd van de verdachte een opgave van zijn naam, voornamen, geboortedatum, adres en woon- of verblijfplaats te vorderen en hem daartoe staande te houden. De verdachte is verplicht aan de vordering te voldoen.

  2. De opsporingsambtenaar is tevens bevoegd getuigen naar de in het eerste lid bedoelde gegevens te vragen.

Artikel 73

  1. In geval van ontdekking op heterdaad van enig strafbaar feit is ieder bevoegd de verdachte aan te houden.

  2. Geschiedt de aanhouding door een opsporingsambtenaar, dan draagt deze zorg dat de aangehoudene zonder uitstel naar een plaats van verhoor en terstond daarna voor een officier van justitie of een hulpofficier wordt geleid.

  3. Geschiedt de aanhouding door de officier van justitie of een hulpofficier dan geleidt deze de aangehoudene zonder uitstel naar een plaats van verhoor; hij kan ook de aanhouding of voorgeleiding van de verdachte bevelen.

  4. Geschiedt de aanhouding door een ander, dan levert deze de aangehoudene onverwijld aan een opsporingsambtenaar over, onder afgifte aan deze van mogelijk inbeslaggenomen voorwerpen, die dan handelt overeenkomstig de bepaling van het tweede lid. In geval van overlevering aan de officier van justitie of de hulpofficier is het derde lid van toepassing.

Artikel 74

  1. Ook buiten het geval van ontdekking op heterdaad is de officier van justitie bevoegd de verdachte van enig strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, of van het strafbare feit omschreven in artikel 454, aanhef en onder ten 3e, van het Wetboek van Strafrecht BES, aan te houden en zonder uitstel naar een plaats van verhoor te geleiden; hij kan ook de aanhouding of voorgeleiding van de verdachte bevelen.

  2. Kan het optreden van de officier van justitie niet worden afgewacht, dan komt gelijke bevoegdheid toe aan de hulpofficier van justitie. De hulpofficier geeft van de aanhouding onverwijld schriftelijk of mondeling kennis aan de officier van justitie.

  3. Kan ook het optreden van een hulpofficier niet worden afgewacht, dan is elke opsporingsambtenaar bevoegd de verdachte aan te houden, onder de verplichting zorg te dragen dat hij onverwijld voor de officier van justitie of de hulpofficier wordt geleid. Op de hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid, is de tweede volzin van het tweede lid van toepassing.

Artikel 75

De hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid, geeft van de aanhouding uiterlijk binnen vierentwintig uren schriftelijk of mondeling kennis aan de officier van justitie.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES