-
De commandant kan een verrichting, waartoe hij op grond van een van de bepalingen van deze titel als zodanig dan wel na aanwijzing op grond van artikel 524 als opsporingsambtenaar bevoegd is, opdragen aan een onder zijn bevelen staande officier.
-
De schipper kan een verrichting, waartoe hij op grond van een van de bepalingen van deze titel bevoegd is, opdragen aan een onder zijn bevelen staande scheepsofficier.
-
De gezagvoerder van een luchtvaartuig kan een verrichting, waartoe hij op grond van een van de bepalingen van deze titel bevoegd is, opdragen aan een onder zijn bevelen staand lid van de bemanning.
Inhoud
Artikel 525
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
01-07-2025
Huidig
15-05-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2019
Historisch
01-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
15-12-2010
Historisch
10-10-2010
Historisch
Tekst van deze versie
-
De commandant kan een verrichting, waartoe hij op grond van een van de bepalingen van deze titel als zodanig dan wel na aanwijzing op grond van artikel 524 als opsporingsambtenaar bevoegd is, opdragen aan een onder zijn bevelen staande officier.
-
De schipper kan een verrichting, waartoe hij op grond van een van de bepalingen van deze titel bevoegd is, opdragen aan een onder zijn bevelen staande scheepsofficier.
-
De gezagvoerder van een luchtvaartuig kan een verrichting, waartoe hij op grond van een van de bepalingen van deze titel bevoegd is, opdragen aan een onder zijn bevelen staand lid van de bemanning.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.