Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 266

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Het onderzoek van de deskundigen geschiedt in tegenwoordigheid van de rechter-commissaris, indien deze dat nodig oordeelt.

  2. De rechter-commissaris kan, indien het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, bepalen dat de verdachte aan wie van de opdracht aan deskundigen is kennis gegeven, en diens raadsman, het onderzoek van de deskundigen geheel of gedeeltelijk zullen kunnen bijwonen. De officier van justitie kan bij het onderzoek tegenwoordig zijn.

  3. De officier van justitie, de verdachte en diens raadsman, hebben, ook indien het onderzoek van de deskundigen buiten hun tegenwoordigheid geschiedt, de bevoegdheid met betrekking tot dat onderzoek aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Desverlangd wordt aan de deskundigen en aan de verdachte de gelegenheid gegeven om ten overstaan van of, voor zover dat in het belang van het onderzoek noodzakelijk schijnt, door bemiddeling van de rechter-commissaris een onderhoud te hebben. Ten aanzien van de officier van justitie en de raadsman is daarbij het tweede lid van artikel 233 van overeenkomstige toepassing.

  4. De rechter-commissaris stelt de deskundigen mondeling of schriftelijk in kennis van de opmerkingen en aanwijzingen, voor zover deze geschied zijn buiten hun tegenwoordigheid.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Het onderzoek van de deskundigen geschiedt in tegenwoordigheid van de rechter-commissaris, indien deze dat nodig oordeelt.

  2. De rechter-commissaris kan, indien het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, bepalen dat de verdachte aan wie van de opdracht aan deskundigen is kennis gegeven, en diens raadsman, het onderzoek van de deskundigen geheel of gedeeltelijk zullen kunnen bijwonen. De officier van justitie kan bij het onderzoek tegenwoordig zijn.

  3. De officier van justitie, de verdachte en diens raadsman, hebben, ook indien het onderzoek van de deskundigen buiten hun tegenwoordigheid geschiedt, de bevoegdheid met betrekking tot dat onderzoek aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Desverlangd wordt aan de deskundigen en aan de verdachte de gelegenheid gegeven om ten overstaan van of, voor zover dat in het belang van het onderzoek noodzakelijk schijnt, door bemiddeling van de rechter-commissaris een onderhoud te hebben. Ten aanzien van de officier van justitie en de raadsman is daarbij het tweede lid van artikel 233 van overeenkomstige toepassing.

  4. De rechter-commissaris stelt de deskundigen mondeling of schriftelijk in kennis van de opmerkingen en aanwijzingen, voor zover deze geschied zijn buiten hun tegenwoordigheid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES