Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 290

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Op straffe van nietigheid moet tussen de dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend, en die van de terechtzitting, een termijn van ten minste zeven dagen, of, ingeval door de rechter-commissaris overeenkomstig de Zevende Titel van het Zevende Boek bevelen tot handhaving van de openbare orde zijn gegeven, van ten minste vier dagen verlopen. Wanneer de verdachte in een ander eilandgebied wordt gedagvaard dan waar de rechter zitting houdt, wordt de termijn van dagvaarding met zeven dagen verlengd. De termijn bedraagt ten minste zes weken, indien de verdachte in het buitenland woonachtig is.

  2. Met toestemming van de verdachte kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming blijkt door een verklaring, af te leggen op de griffie van het gerecht in eerste aanleg waarvoor gedagvaard wordt; de artikelen 446 en 447 zijn van overeenkomstige toepassing. Geschiedt de betekening van de dagvaarding door een deurwaarder of ambtenaar van politie, dan kan de verdachte de verklaring ook doen opnemen in de akte van uitreiking; hij moet de verklaring tekenen; indien hij niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel in de akte vermeld.

  3. Vrijwillige verschijning van de verdachte op een dagvaarding, betekend in strijd met de voorschriften van dit artikel, dekt de nietigheid.

  4. In dat geval kan de rechter op het verzoek van de verdachte en in het belang van diens verdediging schorsing van het onderzoek tot een bepaalde dag bevelen.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Op straffe van nietigheid moet tussen de dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend, en die van de terechtzitting, een termijn van ten minste zeven dagen, of, ingeval door de rechter-commissaris overeenkomstig de Zevende Titel van het Zevende Boek bevelen tot handhaving van de openbare orde zijn gegeven, van ten minste vier dagen verlopen. Wanneer de verdachte in een ander eilandgebied wordt gedagvaard dan waar de rechter zitting houdt, wordt de termijn van dagvaarding met zeven dagen verlengd. De termijn bedraagt ten minste zes weken, indien de verdachte in het buitenland woonachtig is.

  2. Met toestemming van de verdachte kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming blijkt door een verklaring, af te leggen op de griffie van het gerecht in eerste aanleg waarvoor gedagvaard wordt; de artikelen 446 en 447 zijn van overeenkomstige toepassing. Geschiedt de betekening van de dagvaarding door een deurwaarder of ambtenaar van politie, dan kan de verdachte de verklaring ook doen opnemen in de akte van uitreiking; hij moet de verklaring tekenen; indien hij niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel in de akte vermeld.

  3. Vrijwillige verschijning van de verdachte op een dagvaarding, betekend in strijd met de voorschriften van dit artikel, dekt de nietigheid.

  4. In dat geval kan de rechter op het verzoek van de verdachte en in het belang van diens verdediging schorsing van het onderzoek tot een bepaalde dag bevelen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES