-
De verdachte heeft het recht zich, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek, door een of meer door hem gekozen of ingevolge de artikelen 61 tot en met 68 toegevoegde raadslieden te doen bijstaan.
-
Hem wordt daartoe, wanneer hij dit verzoekt en hem rechtens de vrijheid is ontnomen, zoveel mogelijk met inachtneming van de huishoudelijke reglementen van de inrichting waarin hij verblijft, de gelegenheid gegeven zich met zijn raadsman of raadslieden in verbinding te stellen.
-
Wanneer de verdachte om bijstand van een raadsman verzoekt voordat hij door een opsporingsambtenaar wordt verhoord, kan het verhoor slechts dan een aanvang nemen, nadat de raadsman die bijstand heeft verleend, tenzij het onderzoek geen uitstel gedoogt, of de komst van de raadsman in redelijkheid niet kan worden afgewacht.
-
De raadsman is niet bevoegd bij de verhoren door een opsporingsambtenaar aanwezig te zijn. Als het verhoor door een opsporingsambtenaar plaatsvindt, nadat de verdachte in dezelfde zaak door de rechter-commissaris is verhoord, komen de raadsman ten aanzien van het verhoor door de opsporingsambtenaar dezelfde bevoegdheden toe als hem bij het verhoor door de rechter-commissaris zijn toegekend.
-
In de gevallen waarin de raadsman tot bijwoning van het verhoor is toegelaten, onthoudt hij zich van alles wat de strekking heeft het verhoor te beïnvloeden.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Tweede Afdeling
Rechtskundige bijstand
Artikel 49
In alle gevallen waarin de verdachte overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek wordt gehoord, is hij bevoegd zich door een raadsman te doen bijstaan. Deze wordt in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken. Gelijke bevoegdheid komt hem toe, wanneer de verdachte niet in staat is in persoon te worden gehoord.