Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Titel VI

Behandeling door de raadkamer

Artikel 38

  1. In alle gevallen waarin niet de beslissing door de rechter op de terechtzitting is voorgeschreven of aldaar ambtshalve wordt genomen, geschieden onderzoek en beslissing door de raadkamer. Echter geschieden op de terechtzitting onderzoek en beslissing omtrent alle vorderingen, verzoeken of voordrachten aldaar gedaan.

  2. De raadkamer bij het Hof van Justitie is op straffe van nietigheid samengesteld uit drie leden. In eerste aanleg treedt de raadkamer enkelvoudig op. In dat geval vinden de bepalingen van deze titel overeenkomstig toepassing.

  3. Indien door de raadkamer een beslissing moet worden gegeven na de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, is zij zoveel mogelijk samengesteld uit de leden die op de terechtzitting over de zaak hebben gezeten.

  4. De rechter die als rechter-commissaris in de zaak enig onderzoek heeft verricht of enige beslissing heeft genomen, neemt aan onderzoek en beslissing door de raadkamer geen deel.

Artikel 39

  1. De beschikking vermeldt de namen van de rechters door wie, en de dag waarop zij is gegeven, en wordt ondertekend door ieder van hen en de griffier die bij de beraadslaging tegenwoordig was. Indien de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft, kan de beschikking, mits daarvan eenvoudige aantekening wordt gedaan, mondeling worden gegeven.

  2. Indien een van hen tot die ondertekening buiten staat is, wordt hiervan aan het slot van de beschikking melding gemaakt.

Artikel 40

  1. De raadkamer is bevoegd de nodige bevelen te geven, opdat het onderzoek dat aan haar beslissing vooraf moet gaan, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek zal plaatsvinden.

  2. De raadkamer zal, alvorens te beslissen, het openbaar ministerie horen en kan zich door de rechter-commissaris, die in de zaak betrokken is geweest, schriftelijk of mondeling doen inlichten.

  3. Zij is bevoegd de overlegging van processtukken en stukken van overtuiging te bevelen.

  4. Het horen kan ook aan een van de leden of plaatsvervangende leden van het Hof van Justitie of aan rechtersplaatsvervanger in eerste aanleg van het gebied waar de te horen persoon zich bevindt, worden opgedragen. In dat geval is artikel 42 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 41

  1. De verdachte is bevoegd zich door zijn raadsman te doen bijstaan, wanneer hij wordt gehoord.

  2. Elke andere persoon dan de verdachte die ingevolge enige bepaling van dit wetboek wordt gehoord, kan zich door een advocaat doen bijstaan. Deze wordt daarbij in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken.

Artikel 42

  1. Van het onderzoek van de raadkamer wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt, behelzende de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en van hetgeen bij dat onderzoek is voorgevallen.

  2. Indien een verdachte, getuige of deskundige of de raadsman of de advocaat verlangt dat enige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, geschiedt dat voor zover de opgave redelijke grenzen niet overschrijdt, zoveel mogelijk.

  3. Het proces-verbaal wordt door de voorzitter of door een van de andere leden van de raadkamer en de griffier vastgesteld en zo spoedig mogelijk na afloop van het onderzoek ondertekend. Voor zover de rechter of de griffier tot een en ander buiten staat is, geschiedt dit zonder zijn medewerking en wordt van zijn verhindering aan het slot van het proces-verbaal melding gemaakt.

  4. Het wordt met de beschikking en de verdere tijdens het onderzoek in raadkamer in het geding gebrachte stukken bij de processtukken gevoegd.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES