Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Derde Afdeling

Toevoeging van een raadsman

Artikel 61

  1. Tenzij in dit wetboek anders is bepaald, geschiedt toevoeging van een raadsman door een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen instantie. Bij of krachtens deze maatregel worden regels gesteld omtrent de taakuitoefening van deze instantie.

  2. De toevoeging geschiedt zoveel mogelijk in overeenstemming met de voorkeur van de verdachte.

  3. De toevoeging heeft plaats zonder kosten voor de verdachte, behoudens het in de tweede volzin van dit artikellid bepaalde.Wanneer zich in de omstandigheden van de verdachte zodanige wijzigingen mochten voordoen dat op grond daarvan, naar het oordeel van de instantie die met de toevoeging is belast, aannemelijk kan worden geacht dat de verdachte in staat is de kosten van een raadsman zelf te dragen, wordt de kosteloze toevoeging beëindigd.

Artikel 62

  1. Aan iedere verdachte, die in verzekering is gesteld, wordt een raadsman toegevoegd, zodra tegen hem het bevel tot inverzekeringstelling wordt verleend, tenzij hij uitdrukkelijk heeft verklaard van het recht op toevoeging afstand te doen. De officier van justitie of de hulpofficier van justitie die het bevel heeft verleend, licht onverwijld de instantie die met de toevoeging is belast, omtrent de inverzekeringstelling in.

  2. Een toevoeging ingevolge het eerste lid blijft tijdens de voorlopige hechtenis van kracht, tenzij de verdachte niet on- of minvermogend is in de zin van de Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden zoveel mogelijk in overeenstemming met de situatie op de eilanden nadere regels gesteld omtrent de toevoeging aan in verzekering gestelde verdachten.

Artikel 63

  1. Indien het bevel, bedoeld in artikel 62, eerste lid, niet is verleend, wordt een verdachte van een misdrijf, van wiens onvermogen voldoende is gebleken, op diens verzoek een raadsman toegevoegd, zodra de vervolging tegen hem is aangevangen. De verdachte kan aan het verzoek niet het recht ontlenen de zaak op te houden.

  2. Het eerste lid is tevens van toepassing in hoger beroep.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de wijze waarop het onvermogen moet worden gestaafd.

  4. Omtrent zijn bevoegdheid om toevoeging van een raadsman te verzoeken wordt de verdachte van misdrijf ingelicht op de voet van artikel 82. Echter geschiedt de mededeling in geval van aantekening van hoger beroep door de griffier van het gerecht, dat vonnis heeft gewezen. Indien de verdachte, anders dan krachtens een bevel tot inverzekeringstelling, rechtens zijn vrijheid is ontnomen, wordt het verzoek onverwijld door de officier van justitie ter kennis gebracht van de instantie die met de toevoeging is belast.

  5. Indien het vermoeden bestaat dat bij de verdachte van misdrijf gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens aanwezig is en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, wordt hem, indien hij nog geen raadsman heeft en een vervolging ter zake van het misdrijf tegen hem is aangevangen, tijdens het voorbereidend onderzoek door de rechter-commissaris ambtshalve een raadsman toegevoegd.

  6. De in het vierde lid bedoelde inlichtingen en kennisgevingen geschieden overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bepalingen. Daarbij worden tevens voorschriften gegeven omtrent de wijze waarop het verzoek om toevoeging behoort te worden gedaan.

Artikel 64

  1. Een toevoeging heeft slechts plaats, indien de verdachte geen raadsman heeft.

  2. Elke toevoeging geldt zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep. Hierbij wordt het voorbereidend onderzoek geacht deel uit te maken van de eerste aanleg.

Artikel 65

  1. Bij verhindering of ontstentenis van de toegevoegde raadsman wordt de verdachte een andere raadsman toegevoegd. De toegevoegde raadsman geeft van zijn verhindering of ontstentenis kennis aan de instantie die met de toevoeging is belast.

  2. Op verzoek van de toegevoegde raadsman of van de verdachte kan een andere raadsman worden toegevoegd. Indien de verdachte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, wordt diens verzoek door de officier van justitie zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de instantie die met de toevoeging is belast.

Artikel 66

De toegevoegde raadsman kan de waarneming van bepaalde verrichtingen namens hem door een andere advocaat doen geschieden, mits hij of die ander daarvan schriftelijk kennis geeft aan de officier van justitie en, voor zover nodig, aan de hulpofficier van justitie tijdens het voorbereidend onderzoek of, indien de zaak ter terechtzitting aanhangig is gemaakt, aan de bevoegde rechter.

Artikel 67

  1. De verdachte kan tijdens het voorbereidend onderzoek de rechter-commissaris of, indien de zaak ter terechtzitting aanhangig is gemaakt, de bevoegde rechter om toevoeging van een raadsman verzoeken:

    1. indien hij binnen vierentwintig uren na het tijdstip waarop ingevolge artikel 62 toevoeging had moeten plaatshebben, nog geen raadsman heeft;

    2. indien zijn verzoek als bedoeld in de artikelen 63, eerste en tweede lid, en 65, tweede lid, niet is ingewilligd;

    3. indien hem bij verhindering of ontstentenis van de toegevoegde raadsman geen andere raadsman is toegevoegd;

    4. indien de toevoeging op grond van artikel 61, derde lid, is beëindigd.

  2. Op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt zo spoedig mogelijk beslist. De verdachte wordt, tenzij het verzoek aanstonds wordt ingewilligd, op het verzoek gehoord.

Artikel 68

Van elke toevoeging en van elke wijziging daarin wordt onverwijld, op de wijze bij algemene maatregel van bestuur te bepalen, kennis gegeven aan de officier van justitie, de raadsman, de verdachte en bovendien, in geval van een gerechtelijk vooronderzoek, aan de rechter-commissaris, alsmede, indien de verdachte in het huis van bewaring of de gevangenis verblijft, aan de directeur van die inrichting.

Artikel 69

Voor de beloning van de bijstand door toegevoegde raadslieden alsmede voor de vergoeding van door hen noodzakelijk gemaakte onkosten worden uit 's Rijks kas middelen beschikbaar gesteld naar regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES