Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Par. 3

Gerechtelijke procedure

Artikel 583

  1. De procureur-generaal vordert binnen twee weken na de dag waarop hij de in artikel 581 of 582 bedoelde stukken heeft ontvangen, schriftelijk, dat het Hof verlof verleent tot tenuitvoerlegging. Bij zijn vordering legt de procureur-generaal de stukken aan het Hof over. Een afschrift van de vordering wordt aan de veroordeelde betekend. Bij zijn vordering legt de procureur-generaal tevens een lijst van voorwerpen of vorderingen over, die ingevolge de artikelen 579a tot en met 579e, in beslag zijn genomen.

  2. De in het eerste lid gestelde termijn wordt geschorst van het tijdstip waarop de procureur-generaal overeenkomstig artikel 581, tweede lid, adviseert aan Onze Minister tot het tijdstip waarop de procureur-generaal van Onze Minister bericht ontvangt dat de tenuitvoerlegging dient te worden gevorderd.

  3. Indien de veroordeelde ingevolge deze titel voorlopig zijn vrijheid is ontnomen, eindigt de schorsing in ieder geval na veertien dagen.

  4. Het eerste tot en met het derde lid bepaalde is niet van toepassing, indien de ten uitvoer te leggen sanctie uitsluitend bestaat uit een geldboete.

  5. De artikelen 197 en 486 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 584

  1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in artikel 583 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van het Hof het tijdstip waarop het Hof een aanvang zal maken met de behandeling van de vordering. Tussen de dag waarop de mededeling om ter terechtzitting te verschijnen aan de veroordeelde is betekend en die van de terechtzitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen.

  2. Met toestemming van de veroordeelde kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming uit een schriftelijke verklaring blijkt.

Artikel 585

De griffier van het Hof doet onverwijld aan de procureur-generaal en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde, van wie niet blijkt dat hij reeds een advocaat heeft, opmerkzaam gemaakt op zijn bevoegdheid een of meer advocaten te kiezen en op de mogelijkheden tot toevoeging van een advocaat, alsmede op zijn recht op kennisneming van de processtukken.

Artikel 586

  1. De procureur-generaal en de veroordeelde zijn bevoegd ten behoeve van het onderzoek dat het Hof ingevolge deze titel heeft te verrichten en de beslissingen die het heeft te nemen, getuigen en deskundigen te doen dagvaarden.

  2. De procureur-generaal kan bij met redenen omklede beslissing weigeren getuigen of deskundigen te dagvaarden, indien redelijkerwijze moet worden aangenomen dat deze door de veroordeelde zijn opgegeven ten einde ter terechtzitting verklaringen af te leggen ter betwisting van feiten als bedoeld in artikel 588, derde lid. De beslissing wordt onverwijld schriftelijk ter kennis van de veroordeelde gebracht. Hij wordt daarbij opmerkzaam gemaakt op het bepaalde in artikel 588, zesde lid.

Artikel 587

  1. De behandeling van de vordering heeft plaats in tegenwoordigheid van de procureur-generaal. De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn en kan zich door zijn advocaat doen bijstaan.

  2. De behandeling van de vordering geschiedt in het openbaar, tenzij het Hof op het verzoek van de veroordeelde of om gewichtige, in het proces-verbaal van de zitting te vermelden, redenen sluiting van de deuren beveelt.

Artikel 588

  1. Het Hof onderzoekt de identiteit van de veroordeelde, de ontvankelijkheid van de procureur-generaal, alsmede de mogelijkheid van tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing en de feiten en omstandigheden die voor zijn beslissing van belang zijn.

  2. De procureur-generaal en de veroordeelde en diens advocaat worden in de gelegenheid gesteld ter terechtzitting van het Hof te worden gehoord.

  3. Het Hof is gebonden aan de vaststelling van de feiten die de buitenlandse rechter kennelijk aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd. Het treedt niet in een nieuw onderzoek naar deze feiten.

  4. Op punten die niet in deze titel zijn geregeld, vindt het bepaalde in de Tweede Afdeling van Titel IV van het Vijfde Boek overeenkomstige toepassing, behoudens het bepaalde omtrent het verhoor van getuigen en het houden van een schouw.

  5. Indien getuigen zijn gedagvaard ter verkrijging van inlichtingen omtrent de persoonlijkheid van de veroordeelde of indien het Hof het noodzakelijk acht feiten te onderzoeken ter beoordeling van het bestaan van gronden die naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, doch niet naar dat van de vreemde staat, de strafbaarheid van het feit of de dader uitsluiten,vindt voorts het bepaalde in de Tweede Afdeling van Titel IV van het Vijfde Boek omtrent het verhoor van getuigen overeenkomstige toepassing.

  6. Indien de procureur-generaal overeenkomstig artikel 586, tweede lid, heeft geweigerd een getuige te dagvaarden, kan de veroordeelde het Hof verzoeken alsnog de dagvaarding van de getuige te bevelen. Het Hof gaat hiertoe over, indien het van oordeel is dat de procureur-generaal in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen.

  7. De procureur-generaal legt, na voorlezing, een conclusie aan het Hof over. Indien de conclusie strekt tot bewilliging in de tenuitvoerlegging, omschrijft zij de straf of maatregel die naar het oordeel van de procureur-generaal in plaats van de buitenlandse sanctie behoort te worden opgelegd. Tevens vermeldt de procureur-generaal in dat geval met welk strafbaar feit naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba het feit op grond waarvan de veroordeelde aan een buitenlandse sanctie is onderworpen, overeenkomt.

Artikel 589

  1. Op vordering van de procureur-generaal kan het Hof ter zitting de gevangenneming van de veroordeelde bevelen op de grond genoemd in artikel 575

  2. Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten, beslist het Hof ambtshalve over de gevangenhouding van de veroordeelde wie krachtens deze titel voorlopig zijn vrijheid is ontnomen.

  3. Een krachtens het eerste of tweede lid bevolen vrijheidsontneming blijft van kracht, totdat de uitspraak van het Hof voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.

Artikel 590

  1. Bevindt het Hof:

    1. dat de overgelegde stukken niet voldoen aan het door het toepasselijke verdrag gestelde eisen;

    2. dat de veroordeelde zich met vrucht op een grond, die naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wel, doch naar het recht van de vreemde staat niet de strafbaarheid van het feit of de dader uitsluit, had kunnen beroepen, en dat hij geen gedwongen psychiatrische verpleging behoeft;

    3. dat de tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van het in een van de artikelen 569, 570, 571, 573 of 574 bepaalde niet kan plaatshebben; of

    4. dat bij afweging van alle betrokken belangen een beslissing tot tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in redelijkheid niet kan worden genomen;dan verklaart het de tenuitvoerlegging ontoelaatbaar.

  2. De procureur-generaal kan, zolang het onderzoek ter terechtzitting niet is gesloten, zijn vordering intrekken. Hij stelt de veroordeelde van het intrekken van de vordering terstond in kennis.

  3. In andere dan de in het eerste en tweede lid voorziene gevallen, verklaart het Hof de tenuitvoerlegging toelaatbaar, met vermelding van de toepasselijke wets- en verdragsbepalingen.

Artikel 591

  1. Indien het Hof, de tenuitvoerlegging toelaatbaar acht, verleent het verlof tot tenuitvoerlegging van de buitenlandse rechterlijke beslissing en legt, met inachtneming van het daaromtrent in het toepasselijke verdrag voorgeschrevene, de straf of maatregel op, die op het overeenkomstige feit naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is gesteld. De uitspraak van het Hof wordt met redenen omkleed. De uitspraak geeft voorts de bijzondere redenen op, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid en voorts zoveel mogelijk de omstandigheden, waarop bij de vaststelling van de duur of de hoogte van de straf is gelet. De artikelen 388, 390, 391, 400, 407, tweede en derde lid, en 410 zijn van toepassing.

  2. Bij het opleggen van tijdelijke gevangenisstraf of hechtenis beveelt het Hof, dat de tijd gedurende welke aan de veroordeelde in de vreemde staat ter uitvoering van de hem aldaar opgelegde sanctie, met het oog op zijn overbrenging naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uit hoofde van deze titel zijn vrijheid ontnomen is geweest, bij de uitvoering van de straf geheel in mindering zal worden gebracht.

  3. Het Hof zendt aan Onze Minister van Justitie onverwijld een gewaarmerkt afschrift van zijn uitspraak toe.

Artikel 591a

  1. Verlof tot tenuitvoerlegging van een in de vreemde staat opgelegde sanctie strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden beperkt tot de tenuitvoerlegging van de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat, dat in omvang slechts een gedeelte van dat voordeel vertegenwoordigt.

  2. Indien de in de vreemde staat opgelegde sanctie strekt tot de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, spreekt het Hof, indien de vreemde staat uitdrukkelijk heeft verzocht die sanctie slechts ten uitvoer te leggen op voorwerpen die dat voordeel vertegenwoordigen, de verbeurdverklaring daarvan uit. In dat geval is het Hof niet gebonden aan beperkingen ingevolge artikel 35, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht BES.

  3. Op uitspraken, houdende een verbeurdverklaring, zijn de artikelen 151, 153 en 154 van overeenkomstige toepassing.

  4. Op uitspraken, houdende de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, is artikel 634 van overeenkomstige toepassing.

  5. Artikel 579e is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 592

De tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 591 opgelegde straf of maatregel geschiedt met inachtneming van het bij of krachtens dit Wetboek, het Wetboek van Strafrecht BES of enige bijzondere strafwet betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen bepaalde.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES