Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 177y

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De opsporingsambtenaar is verplicht van de hem in de wet verleende inbeslagnemingsbevoegdheden gebruik te maken, indien hij tijdens het opsporingsonderzoek de vindplaats weet van voorwerpen waarvan het aanwezig hebben of voorhanden hebben ingevolge de wet verboden is vanwege hun schadelijkheid voor de gezondheid of hun gevaar voor de veiligheid. Uitstel van inbeslagneming wordt slechts in het belang van het onderzoek toegestaan met het oogmerk om op een later tijdstip daartoe over te gaan.

  2. Uitstel van inbeslagneming vindt alleen plaats na voorafgaand bevel van de officier van justitie.

  3. Het bevel is schriftelijk en vermeldt:

    1. de voorwerpen waarop het betrekking heeft;

    2. de wijze waarop aan het bevel uitvoering moet worden gegeven;

    3. het tijdstip waarop of de periode waarin het bevel geldt.

  4. De verplichting tot inbeslagneming, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in het geval de officier van justitie op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang anders beveelt.

  5. Een bevel als bedoeld in het vierde lid is schriftelijk en vermeldt:

    1. de voorwerpen waarop het betrekking heeft;

    2. het zwaarwegende opsporingsbelang;

    3. het tijdstip waarop of de periode gedurende welke de verplichting tot inbeslagneming niet geldt.

  6. Toepassing van het vierde lid vindt alleen plaats na voorafgaande schriftelijke toestemming van de procureur-generaal.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2019.

Tekst van deze versie

  1. De opsporingsambtenaar is verplicht van de hem in de wet verleende inbeslagnemingsbevoegdheden gebruik te maken, indien hij tijdens het opsporingsonderzoek de vindplaats weet van voorwerpen waarvan het aanwezig hebben of voorhanden hebben ingevolge de wet verboden is vanwege hun schadelijkheid voor de gezondheid of hun gevaar voor de veiligheid. Uitstel van inbeslagneming wordt slechts in het belang van het onderzoek toegestaan met het oogmerk om op een later tijdstip daartoe over te gaan.

  2. Uitstel van inbeslagneming vindt alleen plaats na voorafgaand bevel van de officier van justitie.

  3. Het bevel is schriftelijk en vermeldt:

    1. de voorwerpen waarop het betrekking heeft;

    2. de wijze waarop aan het bevel uitvoering moet worden gegeven;

    3. het tijdstip waarop of de periode waarin het bevel geldt.

  4. De verplichting tot inbeslagneming, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in het geval de officier van justitie op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang anders beveelt.

  5. Een bevel als bedoeld in het vierde lid is schriftelijk en vermeldt:

    1. de voorwerpen waarop het betrekking heeft;

    2. het zwaarwegende opsporingsbelang;

    3. het tijdstip waarop of de periode gedurende welke de verplichting tot inbeslagneming niet geldt.

  6. Toepassing van het vierde lid vindt alleen plaats na voorafgaande schriftelijke toestemming van de procureur-generaal.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES