Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 98

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is van kracht gedurende een door de rechter te bepalen termijn van ten hoogste zestig dagen, die ingaat op het ogenblik van de tenuitvoerlegging.

  2. Indien het bevel is gegeven op de terechtzitting, dan wel, binnen de krachtens het eerste lid bepaalde termijn, het onderzoek op de terechtzitting is aangevangen, blijft het bevel voor onbepaalde tijd geldig en blijft van kracht totdat het is opgeheven.

  3. De termijn gedurende welke het bevel van kracht is, kan door de rechter-commissaris op de vordering van de officier van justitie, voor de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting eenmaal met ten hoogste dertig dagen worden verlengd.

  4. Indien een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd en dit op grond van bijzondere, op de zaak zelf betrekking hebbende omstandigheden niet binnen negentig dagen nadat het bevel tot gevangenhouding van kracht is geworden, is voltooid, kan op de vordering van de officier van justitie de rechter-commissaris in de gevallen en op de gronden, vermeld in de artikelen 100 en 101, de termijn nog eenmaal met ten hoogste dertig dagen verlengen.

  5. De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld op elke vordering op grond van dit artikel te worden gehoord.

  6. Op bevelen tot verlenging, overeenkomstig het derde en vierde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is van kracht gedurende een door de rechter te bepalen termijn van ten hoogste zestig dagen, die ingaat op het ogenblik van de tenuitvoerlegging.

  2. Indien het bevel is gegeven op de terechtzitting, dan wel, binnen de krachtens het eerste lid bepaalde termijn, het onderzoek op de terechtzitting is aangevangen, blijft het bevel voor onbepaalde tijd geldig en blijft van kracht totdat het is opgeheven.

  3. De termijn gedurende welke het bevel van kracht is, kan door de rechter-commissaris op de vordering van de officier van justitie, voor de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting eenmaal met ten hoogste dertig dagen worden verlengd.

  4. Indien een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd en dit op grond van bijzondere, op de zaak zelf betrekking hebbende omstandigheden niet binnen negentig dagen nadat het bevel tot gevangenhouding van kracht is geworden, is voltooid, kan op de vordering van de officier van justitie de rechter-commissaris in de gevallen en op de gronden, vermeld in de artikelen 100 en 101, de termijn nog eenmaal met ten hoogste dertig dagen verlengen.

  5. De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld op elke vordering op grond van dit artikel te worden gehoord.

  6. Op bevelen tot verlenging, overeenkomstig het derde en vierde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES