Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 416

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Het aanhangig maken van de zaak door oproeping kan enkel plaats vinden in geval van ontdekking op heterdaad door een opsporingsambtenaar. Het aanhangig maken geschiedt doordat aan de verdachte onverwijld een oproeping wordt uitgereikt door een opsporingsambtenaar om te verschijnen op een in die oproeping vermelde terechtzitting van het gerecht in eerste aanleg. De officier van justitie, hoofd van het parket, geeft voorschriften omtrent de dag en het tijdstip van de terechtzitting waartegen de oproeping geschiedt.

  2. Bij de uitreiking worden desgevraagd inhoud en strekking van de oproeping aan de verdachte, zo mogelijk, mondeling kort toegelicht.

  3. Wordt een aangeboden oproeping niet aangenomen, dan wordt zij niettemin geacht de verdachte op het ogenblik van de aanbieding te zijn uitgereikt. In dat geval wordt volstaan met toezending van een oproeping over de post, uiterlijk op de twintigste dag na de ontdekking van het feit.

  4. Van het uitreiken van de oproeping, van het niet aannemen en de redenen daarvan en van het toezenden van de oproeping over de post wordt in het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar melding gemaakt.

  5. De oproeping bevat een vermelding van de bevoegdheid, de verdachte toegekend bij artikel 76, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.

  6. Niet nakoming van het eerste, derde of vierde lid heeft nietigheid van de oproeping tot gevolg.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Het aanhangig maken van de zaak door oproeping kan enkel plaats vinden in geval van ontdekking op heterdaad door een opsporingsambtenaar. Het aanhangig maken geschiedt doordat aan de verdachte onverwijld een oproeping wordt uitgereikt door een opsporingsambtenaar om te verschijnen op een in die oproeping vermelde terechtzitting van het gerecht in eerste aanleg. De officier van justitie, hoofd van het parket, geeft voorschriften omtrent de dag en het tijdstip van de terechtzitting waartegen de oproeping geschiedt.

  2. Bij de uitreiking worden desgevraagd inhoud en strekking van de oproeping aan de verdachte, zo mogelijk, mondeling kort toegelicht.

  3. Wordt een aangeboden oproeping niet aangenomen, dan wordt zij niettemin geacht de verdachte op het ogenblik van de aanbieding te zijn uitgereikt. In dat geval wordt volstaan met toezending van een oproeping over de post, uiterlijk op de twintigste dag na de ontdekking van het feit.

  4. Van het uitreiken van de oproeping, van het niet aannemen en de redenen daarvan en van het toezenden van de oproeping over de post wordt in het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar melding gemaakt.

  5. De oproeping bevat een vermelding van de bevoegdheid, de verdachte toegekend bij artikel 76, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.

  6. Niet nakoming van het eerste, derde of vierde lid heeft nietigheid van de oproeping tot gevolg.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES