Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 499

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. In elke stand van de zaak betreffende een verdachte die de leeftijd van achttien jaren bereikt heeft of naar burgerlijk recht meerderjarig is, zal de rechter in eerste aanleg of het Hof, indien er vermoeden bestaat dat bij de verdachte tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, zulks bij beslissing verklaren.

  2. De beslissing wordt gegeven, hetzij ambtshalve, hetzij op de voordracht van de rechter-commissaris, op de vordering van het openbaar ministerie of op het daartoe strekkend verzoek van de verdachte, van zijn raadsman, van zijn echtgenoot, dan wel degene met wie hij duurzaam feitelijk samenwoont, van een van zijn ouders, van zijn voogd, van zijn curator of van een van zijn bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten.

  3. Voor zover de beslissing niet in zijn tegenwoordigheid is gegeven, wordt de inhoud daarvan de verdachte onverwijld vanwege het openbaar ministerie betekend.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. In elke stand van de zaak betreffende een verdachte die de leeftijd van achttien jaren bereikt heeft of naar burgerlijk recht meerderjarig is, zal de rechter in eerste aanleg of het Hof, indien er vermoeden bestaat dat bij de verdachte tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, zulks bij beslissing verklaren.

  2. De beslissing wordt gegeven, hetzij ambtshalve, hetzij op de voordracht van de rechter-commissaris, op de vordering van het openbaar ministerie of op het daartoe strekkend verzoek van de verdachte, van zijn raadsman, van zijn echtgenoot, dan wel degene met wie hij duurzaam feitelijk samenwoont, van een van zijn ouders, van zijn voogd, van zijn curator of van een van zijn bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten.

  3. Voor zover de beslissing niet in zijn tegenwoordigheid is gegeven, wordt de inhoud daarvan de verdachte onverwijld vanwege het openbaar ministerie betekend.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES