-
Indien naar aanleiding van het ingestelde voorbereidend onderzoek de officier van justitie van oordeel is dat verdere vervolging moet plaatshebben, gaat hij daartoe zo spoedig mogelijk over.
-
Zolang het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen, kan van verdere vervolging worden afgezien, ook op gronden aan het algemeen belang ontleend.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Titel IV
Artikel 276
-
In geval van de mededeling genoemd in artikel 272 doet de officier van justitie de verdachte onverwijld kennisgeven, dat hij hem ter zake van het feit waarop het gerechtelijk vooronderzoek betrekking had, niet verder zal vervolgen.
-
Is voorlopige hechtenis toegepast en heeft de officier van justitie de mededeling genoemd in artikel 272 gedaan, dan wordt daardoor elk bevel tot voorlopige hechtenis op het tijdstip van de beschikking tot sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek van rechtswege opgeheven. De rechter-commissaris maakt daarvan in zijn beschikking melding.
Artikel 277
-
Indien een gerechtelijk vooronderzoek heeft plaatsgehad, doet de officier van justitie, buiten het geval van artikel 276, uiterlijk binnen een maand nadat de beschikking tot sluiting daarvan aan de verdachte betekend is geworden, hetzij deze kennisgeven dat hij hem ter zake van het feit waarop dat onderzoek betrekking had, niet verder zal vervolgen, hetzij hem dagvaarden ter terechtzitting.
-
De termijn kan op de vordering van de officier van justitie door de rechter-commissaris eenmaal voor ten hoogste een maand worden verlengd. Indien de officier van justitie het Hof ingevolge artikel 279, tweede lid, om bewilliging heeft verzocht, wordt de termijn van rechtswege verlengd tot en met de veertiende dag nadat het Hof op het verzoek heeft beslist.
-
De officier van justitie kan, op het verzoek van de verdachte, en al dan niet onder het stellen van bepaalde voorwaarden, voor het doen van kennisgeving overeenkomstig het eerste lid een bepaalde langere termijn nemen.
Artikel 278
-
Indien een gerechtelijk vooronderzoek niet heeft plaatsgehad, doch wel voorlopige hechtenis is toegepast, doet de officier van justitie, zodra de zaak tot klaarheid is gebracht, hetzij de verdachte kennisgeven dat hij hem ter zake van het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is toegepast, niet verder zal vervolgen, hetzij hem dagvaarden ter terechtzitting.
-
De rechter-commissaris kan, op het verzoek van de verdachte, de officier van justitie eenmaal een termijn stellen van ten hoogste een maand, binnen welke deze tot kennisgeving of dagvaarding overeenkomstig de bepaling van het eerste lid moet overgaan.
-
De verdachte wordt op het verzoek gehoord.
-
Het tweede en derde lid van artikel 277 zijn van toepassing.
-
De verplichting tot kennisgeving of dagvaarding vervalt, indien binnen de gestelde of verlengde termijn een gerechtelijk vooronderzoek is geopend.
Artikel 279
-
Door een kennisgeving van niet verdere vervolging eindigt de zaak.
-
Indien in de zaak een bevel krachtens de artikelen 15 tot en met 29, is gevraagd of gegeven, blijft een kennisgeving van niet verdere vervolging achterwege, tenzij daaraan een mededeling overeenkomstig artikel 272 is voorafgegaan of in de kennisgeving is bewilligd door het Hof van Justitie. Artikel 273, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 280
Indien de zaak niet verder wordt vervolgd op grond van:
onbevoegdheid van de rechter tot kennisneming van het feit,
niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie,
niet-strafbaarheid van het feit of van de verdachte,
onvoldoende aanwijzing van schuld,
wordt daarvan in de kennisgeving melding gemaakt.
Artikel 281
Indien de officier van justitie van oordeel is, dat artikel 39, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES van toepassing is, doch dat tevens de last, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, moet worden gegeven, is hij bevoegd een behandeling door de raadkamer te vorderen. De verdachte wordt bij het onderzoek gehoord. De artikelen 294, tweede lid, en 295 zijn van toepassing.
Artikel 282
-
De verdachte kan na de hem betekende kennisgeving van niet verdere vervolging, na zijn buitenvervolgingstelling of na de hem betekende beschikking houdende de verklaring dat de zaak geëindigd is, ter zake van hetzelfde feit niet weer in rechte worden betrokken, tenzij nieuwe bezwaren zijn bekend geworden.
-
Als nieuwe bezwaren kunnen enkel worden aangemerkt verklaringen van getuigen of van de verdachte en stukken, bescheiden en processen-verbaal, die later zijn bekend geworden of niet zijn onderzocht.
-
In dat geval kan de verdachte niet ter terechtzitting van de rechter in eerste aanleg worden gedagvaard, dan na een ter zake van die nieuwe bezwaren ingesteld gerechtelijk vooronderzoek.
-
Bij verzuim van een termijn, als bedoeld in de artikelen 272 tot en met 278, kan de verdachte ter zake van hetzelfde feit niet weer in rechte worden betrokken dan onder de voorwaarden, in eerste tot en met derde lid bepaald. Echter kan het gerecht, voor hetwelk de zaak het laatst werd vervolgd, op de vordering van de officier van justitie, deze alsnog eenmaal een nieuwe termijn stellen, indien het algemeen belang dat dringend eist. De verdachte wordt op de vordering gehoord. Artikel 277, tweede lid, is van toepassing.
-
Verzuim van een termijn voor verdere vervolging of kennisgeving van niet verdere vervolging wordt niet aanwezig geacht, indien een tijdig uitgebrachte dagvaarding om ter terechtzitting te verschijnen, vervalt of wordt ingetrokken of nietig verklaard.
Artikel 283
Door de kennisgeving van niet verdere vervolging, de beschikking tot buitenvervolgingstelling of de beschikking houdende verklaring dat de zaak geëindigd is, wordt elk bevel tot voorlopige hechtenis van rechtswege opgeheven. Daarvan wordt in de kennisgeving of beschikking melding gemaakt.