Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Titel V

Vervolging en berechting van rechtspersonen en andere samenwerkingsverbanden

Artikel 516

  1. Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon of doelvermogen, wordt deze rechtspersoon of dit doelvermogen tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder of, indien er meer bestuurders zijn, door een van hen. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen.

  2. Indien de strafvervolging wordt ingesteld tegen een maatschap of vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de aansprakelijke vennoot of, indien er meer aansprakelijke vennoten zijn, door een van hen. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen.

  3. De rechter kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder of vennoot bevelen; hij kan bij niet verschijnen zijn medebrenging gelasten.

Artikel 517

  1. Indien de strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, geschiedt de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan:

    1. de vestigingsplaats van de rechtspersoon, dan wel

    2. de plaats van het kantoor van de rechtspersoon, dan wel

    3. de woonplaats van een van de bestuurders.

  2. Betekening van een gerechtelijke mededeling geschiedt door uitreiking aan een van de bestuurders, dan wel aan een persoon die door de rechtspersoon is gemachtigd het stuk in ontvangst te nemen. De uitreiking geldt in deze gevallen als betekening in persoon.

  3. De uitreiking van een gerechtelijke mededeling, als bedoeld in het tweede lid, kan eveneens geschieden op een van de plaatsen omschreven in het eerste lid, aan ieder die in dienstbetrekking is van de rechtspersoon.

Artikel 518

  1. Indien de strafvervolging wordt ingesteld tegen een maatschap of vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, geschiedt de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan:

    1. de plaats van het kantoor van de maat- of vennootschap, dan wel

    2. de woonplaats van een van de aansprakelijke vennoten.

  2. Betekening van een gerechtelijke mededeling geschiedt door uitreiking aan een van de aansprakelijke vennoten dan wel aan een persoon die door een of meer van hun is gemachtigd het stuk in ontvangst te nemen. De uitreiking geldt in deze gevallen als betekening in persoon.

  3. De uitreiking van een gerechtelijke mededeling, als bedoeld in het tweede lid, kan eveneens geschieden op een van de plaatsen, omschreven in het eerste lid, aan ieder die in dienstbetrekking is van de maat- of vennootschap of van een aansprakelijke vennoot.

  4. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing bij de vervolging van een doelvermogen; in dit geval treden de bestuurders in de plaats van de aansprakelijke vennoten.

Artikel 519

Heeft de uitreiking niet overeenkomstig artikel 517, tweede of derde lid, of artikel 518, tweede of derde lid, kunnen plaatsvinden, dan wordt het schrijven teruggezonden aan de autoriteit van welke het is uitgegaan en vervolgens uitgereikt aan de griffier van het gerecht in eerste aanleg in het rechtsgebied waar de zaak zal dienen of laatstelijk heeft gediend. De griffier zendt het schrijven alsdan onverwijld als gewone brief over de post aan het in het schrijven vermelde adres en tekent zulks aan op de akte van uitreiking.

Artikel 520

  1. Op de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan een rechtspersoon, maatschap of vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of een doelvermogen zijn de artikelen 642, 643, 644 en 646 van overeenkomstige toepassing.

  2. De betekening is nietig, indien de uitreiking niet heeft plaatsgehad overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 517, tweede en derde lid, 518, tweede en derde lid, 519, 643, zesde lid, en 646. Artikel 647, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES