Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 55

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De verdachte heeft recht op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.

  2. De termijn vangt aan op het moment dat de verdachte had verwacht en redelijkerwijze had kunnen verwachten, dat zijn zaak strafrechtelijk zou worden vervolgd.

  3. Een termijn, waardoor de verdachte langer dan in het algemeen wenselijk is onder de dreiging van een strafvervolging of van de voortzetting daarvan heeft moeten leven, wordt als onredelijk aangemerkt, tenzij bijzondere omstandigheden het tijdsverloop kunnen rechtvaardigen.

  4. Indien de verdachte de bevoegdheid, hem bij artikel 56 toegekend, onbenut heeft gelaten, kan hij zich later niet meer op de onredelijkheid van een termijn beroepen, tenzij door het tijdsverloop de kwaliteit van de strafrechtspleging zodanig is aangetast, dat de rechter ook ambtshalve gronden aanwezig acht om het tijdsverloop te beoordelen en daaraan gevolgen te verbinden.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. De verdachte heeft recht op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.

  2. De termijn vangt aan op het moment dat de verdachte had verwacht en redelijkerwijze had kunnen verwachten, dat zijn zaak strafrechtelijk zou worden vervolgd.

  3. Een termijn, waardoor de verdachte langer dan in het algemeen wenselijk is onder de dreiging van een strafvervolging of van de voortzetting daarvan heeft moeten leven, wordt als onredelijk aangemerkt, tenzij bijzondere omstandigheden het tijdsverloop kunnen rechtvaardigen.

  4. Indien de verdachte de bevoegdheid, hem bij artikel 56 toegekend, onbenut heeft gelaten, kan hij zich later niet meer op de onredelijkheid van een termijn beroepen, tenzij door het tijdsverloop de kwaliteit van de strafrechtspleging zodanig is aangetast, dat de rechter ook ambtshalve gronden aanwezig acht om het tijdsverloop te beoordelen en daaraan gevolgen te verbinden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES