Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan door de rechter slechts worden aangenomen, indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Vierde Afdeling
Artikel 382
-
Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:
eigen waarneming van de rechter;
verklaringen van de verdachte;
verklaringen van een getuige;
verklaringen van een deskundige;
schriftelijke bescheiden.
-
Feiten of omstandigheden van algemene bekendheid behoeven geen bewijs.
Artikel 383
Onder eigen waarneming van de rechter wordt verstaan die welke bij het onderzoek op de terechtzitting door hem persoonlijk is geschied.
Artikel 384
-
Onder verklaring van de verdachte wordt verstaan, zijn bij het onderzoek op de terechtzitting gedane opgave van feiten of omstandigheden, hem uit eigen wetenschap bekend.
-
Zodanige opgave, elders dan ter terechtzitting gedaan, kan tot het bewijs, dat de verdachte het tenlastegelegde feit begaan heeft, meewerken, indien daarvan uit enig wettig bewijsmiddel blijkt.
-
Zijn opgaven kunnen alleen te zijnen aanzien gelden.
-
Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op grond van diens eigen verklaringen.
-
Houden de opgaven van de verdachte een gerechtelijke bekentenis van schuld in, dan worden zij door een herroeping van de bekentenis niet krachteloos gemaakt, tenzij die herroeping op aannemelijke gronden berust.
Artikel 385
-
Onder verklaring van een getuige wordt verstaan, zijn bij het onderzoek op de terechtzitting gedane mededeling van feiten of omstandigheden, die hij zelf waargenomen of ondervonden heeft.
-
De verklaring van een getuige wiens identiteit niet blijkt, kan niet meewerken tot het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, behoudens ingeval de getuige met toepassing van het vierde lid van artikel 261 is verhoord.
-
Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van slechts één getuige.
-
Verklaringen van getuigen, die overeenkomstig het bepaalde in artikel 261 zijn verhoord, mogen alleen dan als bewijsmateriaal worden gebezigd, indien belangrijke steun aan ander gebezigd bewijsmateriaal kan worden ontleend.
Artikel 386
Onder verklaring van een deskundige wordt verstaan, zijn bij het onderzoek op de terechtzitting meegedeeld gevoelen betreffende hetgeen zijn wetenschap hem leert omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is.
Artikel 387
-
Onder schriftelijke bescheiden worden verstaan:
beslissingen in de wettelijke vorm opgemaakt door colleges of personen met rechtspraak belast;
processen-verbaal en andere geschriften, in de wettelijke vorm opgemaakt door colleges en personen, die daartoe bevoegd zijn, en behelzende hun mededeling van feiten of omstandigheden, door hen zelf waargenomen of ondervonden;
geschriften opgemaakt door openbare colleges of ambtenaren, betreffende onderwerpen behorende tot de onder hun beheer gestelde dienst, en bestemd om tot bewijs van enig feit of van enige omstandigheid te dienen;
verslagen van deskundigen behelzende hun gevoelen betreffende hetgeen hun wetenschap hen leert omtrent datgene wat aan hun oordeel onderworpen is;
alle andere geschriften, doch deze kunnen alleen gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
-
Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, kan door de rechter worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.
-
Schriftelijke bescheiden, houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, kunnen slechts als bewijsmiddel worden erkend, indien deze persoon met de toestemming van of door de rechter-commissaris op de voet van het bepaalde in artikel 261 is verhoord, mits belangrijke steun aan ander gebezigd bewijsmateriaal kan worden ontleend.