-
In geval van verdenking van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van ten hoogste vier of meer jaren is gesteld, of een misdrijf, waardoor op geld waardeerbaar voordeel van enig belang kan worden verkregen, kan overeenkomstig de bepalingen van deze Titel een strafrechtelijk financieel onderzoek worden ingesteld.
-
Een strafrechtelijk financieel onderzoek is gericht op de bepaling van het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel, met het oog op de ontneming daarvan op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES.
-
Het strafrechtelijk financieel onderzoek wordt ingesteld krachtens een met redenen omklede machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie die met de opsporing van het misdrijf is belast, verleend.
-
De vordering van de officier van justitie is met redenen omkleed. Bij de vordering wordt een lijst van voorwerpen overgelegd die reeds op grond van artikel 119a, tweede lid, in beslag zijn genomen.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Titel XVI
Artikel 177b
-
Krachtens de ingevolge artikel 177a gegeven machtiging is een met het strafrechtelijk financieel onderzoek belaste opsporingsambtenaar op vertoon van een afschrift van de machtiging bevoegd, ten einde inzicht te verkrijgen in de vermogenspositie van degenen tegen wie het onderzoek is gericht, aan een ieder te bevelen hem op de eerste vordering:
opgave te doen of inzage of afschrift te geven van bescheiden of gegevens;
op te geven of, en zo ja welke, vermogensbestanddelen hij onder zich heeft of heeft gehad, die toebehoren of hebben toebehoord aan degene tegen wie het onderzoek is gericht, en aldus verstrekte schriftelijke bescheiden in beslag te nemen.
-
Het bevel wordt niet gericht aan degene tegen wie het onderzoek is gericht.
-
Artikel 132, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Ter gelegenheid van het eerste verhoor van degene tegen wie het onderzoek is gericht, wordt hem door de verhorende rechter of ambtenaar een afschrift van de in artikel 177a bedoelde vordering en machtiging ter hand gesteld.
Artikel 177c
-
Tijdens het strafrechtelijk financieel onderzoek is de officier van justitie bevoegd zonder verder rechterlijke machtiging te gelasten dat voorwerpen op grond van artikel 119a in beslag worden genomen.
-
Indien de officier van justitie zulks in het belang van het strafrechtelijk financieel onderzoek noodzakelijk acht, vordert hij dat de rechter-commissaris ter inbeslagneming huiszoeking doet of andere hem krachtens het derde lid toekomende bevoegdheden uitoefent.
-
De rechter-commissaris beschikt tijdens het strafrechtelijk financieel onderzoek over alle bevoegdheden die hem krachtens dit wetboek toekomen, met dien verstande dat:
hij ook bevoegd is huiszoeking te doen ter inbeslagneming van alle voorwerpen die kunnen dienen om door degene tegen wie het onderzoek is gericht, verkregen wederrechtelijk voordeel aan te tonen, of de uitlevering daarvan te bevelen;
hij niet gehouden is degene tegen wie het onderzoek is gericht of diens raadsman, buiten het geval van de in onderdeel a bedoelde huiszoeking, tot bijwoning van enige door hem te verrichten onderzoekshandeling toe te laten.
-
De rechter-commissaris kan de uitoefening van ambtsverrichtingen in een ander eilandgebied overdragen aan zijn ambtgenoot aldaar.
Artikel 177d
-
De officier van justitie die de in artikel 177a bedoelde vordering doet, kan bij dringende noodzakelijkheid ter inbeslagneming huiszoeking doen op elke plaats waar zich vermoedelijk bescheiden of gegevens als bedoeld in artikel 177b, of vermogensbestanddelen die voordeel in de zin van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES vertegenwoordigen, bevinden.
-
Ten aanzien van het eerste lid is artikel 122, tweede lid, van overeenkomstige toepassing en zijn de artikelen 155 tot en met 164 van toepassing.
Artikel 177e
Ten aanzien van de artikelen 177a tot en met 177d zijn de artikelen 125 en 126 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 177f
-
Het gerecht in eerste aanleg waakt tegen nodeloze vertraging van het strafrechtelijk financieel onderzoek.
-
Het kan op verzoek van de onderzochte persoon zich de stukken van het onderzoek doen overleggen en de onverwijlde of spoedige beëindiging van het onderzoek bevelen.
Artikel 177g
-
Zodra de officier van justitie oordeelt dat het strafrechtelijk financieel onderzoek is voltooid, of dat tot voortzetting daarvan geen grond meer bestaat, sluit hij het onderzoek bij schriftelijke gedagtekende beschikking.
-
Indien de verdachte bij de einduitspraak ter zake van het strafbare feit of het misdrijf, bedoeld in artikel 38e, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, niet wordt veroordeeld, sluit de officier van justitie het strafrechtelijk financieel onderzoek evenzo. In dat geval is de officier van justitie bevoegd van de rechter-commissaris heropening van het strafrechtelijk financieel onderzoek te vorderen, zodra de verdachte alsnog ter zake van het tenlastegelegde feit wordt veroordeeld.
-
De officier van justitie zendt zijn beschikking aan de rechter-commissaris en doet een afschrift daarvan aan degene tegen wie het is gericht, betekenen, onder mededeling van het recht tot kennisneming van de stukken van het onderzoek.
-
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, de artikelen 503c, tweede en derde lid, 503d, derde lid, en 503f, tweede lid, onderdeel c, kan een gesloten strafrechtelijk financieel onderzoek slechts worden heropend krachtens een nadere machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie verleend. Het vierde lid van artikel 177a is van toepassing.
-
Een nadere machtiging wordt zo spoedig mogelijk met de vordering waarop zij rust, aan degene tegen wie het onderzoek is gericht, betekend. Het eerste tot en met vierde lid is van toepassing.