Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 579a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Naar aanleiding van een op een verdrag gegrond verzoek van een vreemde staat kan in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een strafrechtelijk financieel onderzoek worden ingesteld, overeenkomstig de bepalingen van Titel XVI van het derde Boek, gericht op de bepaling van hier te lande aanwezig of verworven wederrechtelijk verkregen voordeel door een persoon die in de verzoekende staat aan strafrechtelijk onderzoek is onderworpen.

  2. Het strafrechtelijk financieel onderzoek kan slechts worden ingesteld, indien zulks ook mogelijk zou zijn geweest wanneer het feit of de feiten ter zake waarvan de persoon in de verzoekende staat wordt verdacht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zouden zijn begaan.

  3. Tijdens het strafrechtelijk financieel onderzoek kan inbeslagneming van voorwerpen overeenkomstig artikel 119, tweede lid, en artikel 119a, tweede lid, slechts plaatsvinden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat ten aanzien van die voorwerpen vanwege de verzoekende vreemde staat een verzoek tot tenuitvoerlegging van een verbeurdverklaring of van een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende sanctie zal worden gedaan.

  4. De officier van justitie zendt van zijn beschikking tot sluiting van een strafrechtelijk financieel onderzoek onverwijld een afschrift door tussenkomst van de procureur-generaal aan Onze Minister. Daarbij doet hij tevens mededeling van alle voor de verzoekende vreemde staat dienstige inlichtingen.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Naar aanleiding van een op een verdrag gegrond verzoek van een vreemde staat kan in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een strafrechtelijk financieel onderzoek worden ingesteld, overeenkomstig de bepalingen van Titel XVI van het derde Boek, gericht op de bepaling van hier te lande aanwezig of verworven wederrechtelijk verkregen voordeel door een persoon die in de verzoekende staat aan strafrechtelijk onderzoek is onderworpen.

  2. Het strafrechtelijk financieel onderzoek kan slechts worden ingesteld, indien zulks ook mogelijk zou zijn geweest wanneer het feit of de feiten ter zake waarvan de persoon in de verzoekende staat wordt verdacht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zouden zijn begaan.

  3. Tijdens het strafrechtelijk financieel onderzoek kan inbeslagneming van voorwerpen overeenkomstig artikel 119, tweede lid, en artikel 119a, tweede lid, slechts plaatsvinden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat ten aanzien van die voorwerpen vanwege de verzoekende vreemde staat een verzoek tot tenuitvoerlegging van een verbeurdverklaring of van een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende sanctie zal worden gedaan.

  4. De officier van justitie zendt van zijn beschikking tot sluiting van een strafrechtelijk financieel onderzoek onverwijld een afschrift door tussenkomst van de procureur-generaal aan Onze Minister. Daarbij doet hij tevens mededeling van alle voor de verzoekende vreemde staat dienstige inlichtingen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES