-
Degene die schade heeft geleden ten gevolge van onrechtmatige toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel, heeft recht op schadevergoeding. Bij rechtmatige toepassing van een dwangmiddel kan eveneens schadevergoeding worden toegekend, wanneer er gronden van redelijkheid en billijkheid aanwezig zijn, dat de geleden schade geheel of gedeeltelijk door de Staat wordt gedragen.
-
De rechtmatigheid of onrechtmatigheid wordt beoordeeld naar het tijdstip, waarop het dwangmiddel werd toegepast.
-
Onder schade is mede begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. Bij algemene maatregel van bestuur kan de hoogte van het bedrag van de schadevergoeding aan een maximum worden gebonden.
-
Voor vergoeding komt ook de schade in aanmerking die de gewezen verdachte heeft geleden ten gevolge van vrijheidsontneming, die hij in het buitenland heeft ondergaan in verband met een door de Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering.
-
De vaststelling van de schadevergoeding geschiedt alle omstandigheden in aanmerking genomen. In het bijzonder kan rekening worden gehouden met de mate waarin de gelaedeerde de toepassing van het dwangmiddel aan zichzelf heeft te wijten. In geval van schade die niet in vermogensschade bestaat, kan bij het bepalen van het bedrag ook met de levensomstandigheden van de gelaedeerde rekening worden gehouden.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Titel XXII
Artikel 179
-
Het verzoek om schadevergoeding kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak of de beslissing dat geen of geen verdere vervolging zal worden ingesteld. De gelaedeerde wordt gehoord, althans daartoe behoorlijk opgeroepen. Hij kan zich door een advocaat doen bijstaan.
-
Tot de toekenning is bevoegd het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd of zou worden vervolgd. De raadkamer is zoveel mogelijk samengesteld uit de leden, die op de terechtzitting over de zaak hebben gezeten.
-
Een verzoek om schadevergoeding kan ook door de erfgenamen van de gelaedeerde orden gedaan en de vergoeding kan ook aan hen worden toegekend. In dat geval blijft vergoeding van schade, die niet in vermogensschade bestaat, achterwege. Indien de gelaedeerde na het indienen van zijn verzoek of na het instellen van hoger beroep is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
Artikel 180
-
Tegen de door de rechter in eerste aanleg genomen beslissing staat de officier van justitie en de gelaedeerde of zijn erfgenamen binnen veertien dagen hoger beroep open bij het Hof van Justitie.
-
Ten aanzien van de gelaedeerde of zijn erfgenamen vinden de artikelen 443 tot en met 452 overeenkomstige toepassing.
-
Het Hof van Justitie beslist na de gelaedeerde of zijn erfgenamen te hebben gehoord, althans daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen. De gelaedeerde of zijn erfgenamen kunnen zich door een advocaat doen bijstaan. Artikel 49 vindt overeenkomstige toepassing.
Artikel 181
-
Voor het bedrag van de schadevergoeding wordt door de rechter in eerste aanleg of ingeval het Hof van Justitie de vergoeding toekent, door de voorzitter van dat college een bevelschrift van tenuitvoerlegging afgegeven.
-
Uitbetaling geschiedt door of vanwege Onze Minister van Financiën.
Artikel 182
Degene die schade heeft geleden ten gevolge van de toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel, kan alleen krachtens de bepalingen van deze titel, met uitsluiting van enige vordering uit burgerlijk recht, om toekenning van schadevergoeding verzoeken.