Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Zesde Afdeling

Deskundigen

Artikel 262

  1. De rechter-commissaris kan, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen benoemen, ten einde hem voor te lichten of bij te staan en, zo nodig, met opdracht het door hem gevorderde onderzoek in te stellen en hem een met redenen omkleed verslag uit te brengen. Hij kan hun dagvaarding bevelen.

  2. De verdachte is bevoegd te verzoeken dat een of meer door hem aanbevolen personen als deskundigen zullen worden benoemd. Indien het belang van het onderzoek dit niet verbiedt, kiest de rechter-commissaris een of meer van de deskundigen uit de door de verdachte aanbevolen personen.

  3. Ten aanzien van de deskundigen en hun verhoor vinden de artikelen 243, en 245 tot en met 247 alsmede de artikelen 251 tot en met 254 overeenkomstige toepassing.

  4. Ieder die tot deskundige is benoemd, is verplicht de door de rechter-commissaris gevorderde diensten te bewijzen.

Artikel 263

  1. De deskundige wordt door de rechter-commissaris beëdigd.

  2. Van degene die, op de vordering van het openbaar ministerie, door het Hof van Justitie als vaste gerechtelijke deskundige is beëdigd, wordt ter zake van het uitbrengen van een schriftelijk verslag geen nadere eed gevorderd.

Artikel 264

De rechter-commissaris bepaalt het tijdstip waarop het onderzoek van de deskundigen zal aanvangen, en de termijn waarbinnen dit zal moeten zijn afgelopen; deze termijn kan door de rechter-commissaris worden verlengd.

Artikel 265

  1. De rechter-commissaris geeft de officier van justitie schriftelijk of mondeling kennis van de aan de deskundigen verleende opdracht, van tijd en plaats van hun onderzoek en van de uitslag daarvan.

  2. Indien het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, geeft de rechter-commissaris na de officier van justitie te hebben gehoord, de verdachte en diens raadsman schriftelijk kennis van de aan de deskundigen verleende opdracht en van tijd en plaats van hun onderzoek.

  3. Van de uitslag daarvan geschiedt gelijke kennisgeving, zodra het belang van het onderzoek dit toelaat.

Artikel 266

  1. Het onderzoek van de deskundigen geschiedt in tegenwoordigheid van de rechter-commissaris, indien deze dat nodig oordeelt.

  2. De rechter-commissaris kan, indien het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, bepalen dat de verdachte aan wie van de opdracht aan deskundigen is kennis gegeven, en diens raadsman, het onderzoek van de deskundigen geheel of gedeeltelijk zullen kunnen bijwonen. De officier van justitie kan bij het onderzoek tegenwoordig zijn.

  3. De officier van justitie, de verdachte en diens raadsman, hebben, ook indien het onderzoek van de deskundigen buiten hun tegenwoordigheid geschiedt, de bevoegdheid met betrekking tot dat onderzoek aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Desverlangd wordt aan de deskundigen en aan de verdachte de gelegenheid gegeven om ten overstaan van of, voor zover dat in het belang van het onderzoek noodzakelijk schijnt, door bemiddeling van de rechter-commissaris een onderhoud te hebben. Ten aanzien van de officier van justitie en de raadsman is daarbij het tweede lid van artikel 233 van overeenkomstige toepassing.

  4. De rechter-commissaris stelt de deskundigen mondeling of schriftelijk in kennis van de opmerkingen en aanwijzingen, voor zover deze geschied zijn buiten hun tegenwoordigheid.

Artikel 267

  1. De verdachte aan wie van de opdracht aan de deskundigen is kennisgegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft bij het onderzoek van de door de rechter-commissaris benoemde deskundigen tegenwoordig te zijn, daarbij de nodige aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken.

  2. De rechter-commissaris kan om redenen in de persoon gelegen, de toelating van een bepaalde aangewezen deskundige tot het onderzoek weigeren.

  3. De verdachte kan alsdan onverwijld de weigering onderwerpen aan het oordeel van het Hof, dat alsnog de toelating kan bevelen.

  4. In geen geval mag, tenzij de rechter-commissaris hierin bewilligt, door de aanwijzing vertraging in de aanvang of de loop van het onderzoek plaatshebben.

Artikel 268

  1. De verdachte aan wie van de uitslag van het onderzoek is kennisgegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft het verslag van de door de rechter-commissaris benoemde deskundigen te onderzoeken. Het tweede en derde lid van artikel 267 zijn van overeenkomstige toepassing.

  2. In geen geval mag, tenzij de rechter-commissaris hierin bewilligt, door de aanwijzing vertraging in de loop van het gerechtelijk vooronderzoek plaatshebben.

  3. De rechter-commissaris verleent aan de aangewezen deskundige inzage of afschrift van het verslag, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 269

  1. Met betrekking tot de door de verdachte overeenkomstig een van de beide voorgaande artikelen aangewezen deskundige zijn de artikelen 245 tot en met 247, 263 tot en met 265, 266, derde en vierde lid, en 267 van overeenkomstige toepassing.

  2. Die deskundige brengt aan de rechter-commissaris een met redenen omkleed verslag uit. Het verslag wordt schriftelijk of mondeling uitgebracht, naar gelang de rechter-commissaris dit vordert.

  3. Die deskundige ontvangt uit 's Rijks kas vergoeding op dezelfde voet als de deskundigen, die door de rechter-commissaris zijn benoemd.

Artikel 270

Ingeval hetzij de wijze waarop het onderzoek door de deskundigen is geschied, hetzij het verschil van de deskundigen omtrent de feiten, hetzij het verschil in oordeelvelling, daartoe aanleiding geeft, kan de rechter-commissaris, hetzij op de vordering van de officier van justitie, hetzij op het verzoek van de verdachte, het onderzoek aan andere deskundigen opdragen. De voorgaande artikelen van deze afdeling en artikel 271 zijn van toepassing.

Artikel 271

De rechter-commissaris kan de deskundigen geheimhouding opleggen.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES